Gobo gebruiken

Wanneer we tussen de lichtbron en het onderwerp dat we willen gaan fotograferen een voorwerp plaatsen, zal dit zijn schaduw op het object werpen. Dit kan, mits goed toegepast, zeer fraaie beelden opleveren.

Alles kan een gobo worden

Een gobo (“goes before optics” ook “goes before object” genoemd) is een voorwerp dat schaduw werpt op het onderwerp of in de scene, zoals op de achtergrond. Als gobo kun je zowat alles gebruiken. Het ligt misschien voor de hand om uitgeknipt zwart karton te gebruiken, iets wat je dan ook veel fotografen ziet doen. Lees ook eens dit artikel waarin een gobo wordt gemaakt door in een kartonnen doos gaten te snijden en zo het gewenste achtergrond effect te creëren.

Je hoeft echter niet met karton te werken of een dure gobo projector te kopen. Je kunt natuurlijk ook een kamerplant gebruiken, een doek of zelfs een vloeistof. In afb 1 zie je hoe de schaduw van een kamerplant zorgt voor een fraaie speling van het licht op het lichaam van het fotomodel.

Gobo's blokkeren het licht en dat heeft effect op het te belichten object. Zouden we in een zwart stuk karton ronde gaten knippen en de flitser daar doorheen laten flitsen, dan vallen er logischerwijs ronde lichtvlekken op het onderwerp. Een plant heeft een grillige vorm en daardoor ontstaat ook een patroon van grillige schaduwen.

Afstanden zijn bepalend

Maar zo eenvoudig als het klinkt is het nu ook weer niet. Even iets voor de flitsers plaatsen is niet genoeg. Het soort licht (waarover later meer) en de afstand tussen de lichtbron en de gobo, en de afstand tussen de gobo en het te belichten object, zijn namelijk bepalend voor het effect. Hoe verder de lichtbron van de gobo vandaan staat, en hoe dichter de gobo bij het onderwerp staat, hoe harder de contouren (en daarmee ‘strakker’ de schaduwen) worden. 

In afb 2 zie je relatief scherpe lijnen terug die ontstaan zijn door een gobo. Als gobo hebben we hier een houten rooster gebruikt dat voor verwarmingen wordt geplaatst op ze uit het zicht te onttrekken. Dit rooster is dicht bij het fotomodel geplaatst (ongeveer 40 cm afstand van haar gezicht vandaan) terwijl de flitser ongeveer 2 meter achter de gobo opgesteld stond. Door deze afstanden ontstonden de scherpe contouren van de schaduw.

Je hebt dus te maken met twee belangrijke variabelen: de afstand van de lichtbron tot de gobo en de afstand van de gobo tot het onderwerp. Wil je de contouren van de schaduw scherp krijgen, dan plaats je de lichtbron ver van de gobo vandaan en de gobo dichtbij het onderwerp.

Een exacte formule van wat je waar neer zet, kunnen we je helaas hier niet geven. Dat is wel te berekenen, maar afhankelijk van wat je wil bereiken zijn daar weer heel veel uitzonderingen op. Per foto, per flitser en gebruikte gobo kom je er daarom alleen maar goed experimenterend achter komen wat de beste afstanden zijn voor wat jij wilt bereiken. We noemen een dergelijke opstelling een ‘configuratie’. Het is verstandig om een eenmaal gevonden goede configuratie op te schrijven zodat je hem later eenvoudig kunt hergebruiken.

In afb 3 zie je twee configuraties. We hebben de afstand tussen de handen van het fotomodel de flitser tussen beide configuraties gewijzigd. Als gobo werden dus haar eigen handen gebruikt om het effect te kunnen laten zien. In 3A zie je dat we de afstand tussen haar handen en het licht klein is gehouden. Dat was iets van 1 meter. Hierdoor worden de schaduwen minder scherp en zie je een grote verloop van licht naar donker in de schaduwen ontstaan. In 3B was die afstand ongeveer 1,5 meter. Hierdoor worden de schaduwen aanzienlijker harder. Het gaat dus om relatief kleine verschillen. Een nog groter effect ontstaat wanneer de afstand tussen de gobo en het onderwerp wordt gewijzigd. Hier kan het om slechts enkele centimeters gaan die al een merkbaar verschil opleveren.  

Als je de afstanden niet goed kiest, dan zie je in een aantal gevallen niet eens schaduwen op het onderwerp terug. Bijvoorbeeld als je de lichtbron te dicht bij de gobo plaatst. De gobo wordt dan eerder een licht modifier die niets anders bewerkstelligd dan het licht qua sterkte iets af laat nemen. Als start is het dan ook niet gek om te beginnen met een korte afstand tussen de gobo en het onderwerp (bijvoorbeeld 30 cm) en een afstand van twee meter tussen de lichtbron (vaak een flitser of studiolamp) en de gobo. En vanaf daar verder experimenteren.

Plek van de schaduw

Natuurlijk bepaalt de plaats waar de schaduw valt de opname. Het voorspellen van waar de schaduw komt is dus van groot belang. Je kunt hiervoor gewoon foto’s maken en hopen dat er een goede foto tussen zal zitten, maar er zijn meer mogelijkheden.

Als je werkt met studiolampen, dan beschik je waarschijnlijk over een zogenaamd “model light”. Wanneer het model light ingeschakeld staat, zendt de studiolamp een continue licht uit in de richting waar het flitslicht heen zal gaan. Met dit model light kun je de schaduw positie meestal redelijk goed bekijken.

De sterkte van het model light wordt bepaald door de sterkte waarop de flitser ingesteld staat. Het gaat dus feller branden wanneer de flitser een hogere lichtopbrengst moet afgeven. Voor een fotomodel is dat niet altijd even prettig. Zij kijkt bij veel foto’s immers recht in het licht en dus recht in het model light. Schakel de waarden daarom tijdelijk even terug wanneer je de schaduw wilt gaan bepalen, schakel het model light in, bepaal de plek van de schaduw en zet het model light dan weer uit alvorens je de juiste lichtopbrengst weer instelt.

Ook zonder model light kun je iets dergelijks bewerkstelligen. Gebruik een zaklamp of bureaulamp en richt die in het verlengde van de lichtbundel van de flitser op de gobo. Let wel, deze lamp een beetje schuin houden geeft meteen een vertekend beeld. Je moet dus wel goed richten.

In afb 4 zie je hoe het licht de zijkant van het gezicht en vooral het oog accentueert. Dit is geen lucky shot. De schaduw werd vooraf bekeken door een model light door het rooster te laten schijnen. Daardoor konden we exact bepalen waar de schaduw zou komen te vallen.  

Een grillige maar strakke vorm, zoals die van een kamerplant, is handig om mee te starten. In dat geval maakt de exacte plek waar de schaduw valt namelijk niet zo heel veel uit. Plaats de gobo buiten het zicht van de lens, en niet, zoals in afb 1, in het zicht. Dat hebben we alleen gedaan om te laten zien hoe we dit doen. Plaats de gobo zo in de configuratie dat je echt fraaie schaduwen op het onderwerp kunt zien. Kijk dan wat het effect is wanneer je gaat schuiven met de lichtbron en de afstand tot het onderwerp verandert. Werk je met een model, dan kun je natuurlijk besluiten de gobo (de plant in dit geval) te verplaatsen, maar het is meestal eenvoudiger het model te vragen zich te verplaatsen ten opzichte van de plant.

A step beyond

Als je een beetje gevoel hebt gekregen voor het werken met een gobo, kun je gaan experimenteren. Een kamerscherm, trap of zelfs een stuk vitrage kunnen leiden tot prachtige foto’s. Maar je kunt natuurlijk ook gobo’s maken door stukken te knippen uit zwart karton of door een oude luxaflex op te hangen en die daarvoor te gebruiken.

In afb 5 zie je hoe we als gobo een stuk gordijn hebben gebruikt. Soms snijden wij stukken uit kartonnen dozen, hangen we doeken op en ga zo maar door. In afb 6 wordt bijvoorbeeld een stuk geperforeerd karton gebruikt. De inset in die foto laat zien dat het model het karton zelf vasthoudt  Let ook hier op hoe dicht zij de gobo bij zichzelf houdt. Alles werkt mits er maar openingen zijn waar het licht nog doorheen kan komen.

Probeer een gobo te gebruiken om alleen de achtergrond, alleen het model, of de combinatie te belichten. Je kunt ook proberen door een gobo met een gel te schieten terwijl je met andere flitsers het ‘gewone licht’ bepaalt.

Het fotomodel

Het fotomodel kan een belangrijke rol spelen in het maken van een gobo foto. Zij kan zich immers vaak gemakkelijker verplaatsen dan de gobo. Door slechts een paar cm naar voren of naar achteren te gaan staan, kan zij het effect van de gobo aanzienlijk beïnvloeden.

Natuurlijk kan het fotomodel ook grotendeels bepalen waar de schaduw uiteindelijk komt te vallen door rekening te houden met de lichtval. En last but not least kan het fotomodel een rol spelen in het positioneren van de gobo, door hem bijvoorbeeld vast te houden.

De foto van afb 7 is gemaakt doordat ons fotomodel een stuk kant voor zich vasthoudt, richting de flitser. Daarmee bepaalt zij de scherpte van de contouren en waar de schaduw op haar gezicht zal komen te vallen. Het opstellen van een spiegel voor het fotomodel is dan ook zeker geen overbodige luxe. Ze kan dan zelf zien wat ze doet. Wil je nu “de foto” maken, dan hoef je er als fotograaf alleen maar voor te zorgen dat je de gobo niet in beeld krijgt.

Soort licht

Als je gebruik wilt maken van schaduwen met scherpere contouren, dan zie je in afb 8 nog eens wat daar voor nodig is en we al een paar keer besproken hebben: plaats de gobo dichtbij het onderwerp en de lichtbron ver van de gobo vandaan.

Maar er is nog een component dat hier invloed op uitoefent. Laten we eens kijken naar de schaduw van jezelf op de grond. De zon staat ver van jou vandaan en die afstand verandert relatief gesproken nauwelijks. Jij als gobo staat in verhouding heel dichtbij het onderwerp (de grond) en de lichtbron is heel ver weg. Als alleen deze afstanden bepalend zouden zijn voor de scherpte van de contouren, dan zouden we op aarde alleen maar scherpe contour schaduwen kennen. 

Maar alleen als het onbewolkt is, is jouw schaduw voorzien van scherpe contouren. Hoe meer wolken er zijn, hoe minder scherp de contouren worden. Dit komt omdat het licht op dat moment diffuus wordt en daarmee niet alleen 'rechtlijnig' naar de grond gaat maar van meerdere kanten afkomstig is. Hierdoor zal de schaduw zijn scherpe contouren verliezen. Dus, hoe harder het licht, hoe harder de schaduw wordt of hoe diffuser het licht, de zachter zullen de schaduwen zijn. 

Daarom, wil je scherpe contouren, plaats de gobo dichtbij, de lichtbron ver weg en gebruik geen diffusor zoals een softbox.

Tot slot

Fotograferen is schilderen met licht en een gobo helpt je om met dat licht te kunnen schilderen. In schilderijen van bijvoorbeeld Rembrandt zie je hoe belangrijk het “sturen van licht” is voor het uiteindelijke resultaat. Experimenteer daarom met gobo’s en je zult snel ervaren dat een gobo prachtige mogelijkheden biedt om van een gewone foto een “awesome photo” te maken!

Afb 1: Schaduw gemaakt met behulp van een kamerplant als gobo
Afb 2: Scherpe contouren door de juiste afstanden te gebruiken
Afb 3: Het verloop wordt bepaald door de "configuratie"
Afb 4: De plaats waar de schaduw valt hoeft geen toeval te zijn
Afb 5: Een stuk gordijn als gobo gebruiken
Afb 6: Een stuk geperforeerd karton doet het net zo goed
Afb 7: Het fotomodel houdt de gobo zelf vast
Afb 8: Voor scherpe contouren plaats je de gobo dichtbij, de lichtbron ver weg