Poseren - Lichaamshoudingen

Welke lichaamshouding kun je het beste aannemen om er zo voordelig mogelijk uit te komen zien? En hoe kun je hiermee de sfeer van de foto bepalen?

Je houding zegt alles

Wanneer een ouder een kind vermanend toespreekt, dan zal de ouder een bepaalde lichaamshouding aannemen, maar het kind ook. Deze lichaamshoudingen vertellen veel. De ouder laat hiermee zien dat hij het echt meent, nu is het genoeg, wil die houding zeggen. En het kind laat hiermee zien dat het hem spijt, of juist dat het hem geen moer kan schelen.

Als mensen boos zijn, zich verdrietig, teleurgesteld of happy voelen, dan nemen ze daar onbewust bepaalde lichaamshoudingen bij aan. De lichaamshouding vertelt ons iets over hoe iemand zich voelt.

Verschillende stijlen van fotografie vereisen een bepaalde uitstraling. Bij glamour fotografie zoekt men bijvoorbeeld naar een zelfbewuste, zelfverzekerde en uitdagende pose. Het model staat daarom vaak recht voor de camera en kijkt ook recht in de camera. De uitstraling van het model is bepalend voor het succes van de glamourfotografie en omdat niet iedereen een dergelijke uitstraling heeft, is ook niet iedereen even geschikt voor deze stijl van fotografie.

De lichaamshouding speelt nu eenmaal een erg belangrijke rol in het creëren van de juiste sfeer. Het zorgt daarnaast voor het richten van de aandacht op de gewenste elementen binnen de foto. Dit verkeerd toegepast, kan de beste foto ten gronde richten.

Recht

Voor de meeste foto’s geldt dat een naar voren gebogen (kromme) ruggengraat leidt tot het idee dat het model geen of weinig hals heeft (het zogenaamde turtle effect). Ze krijgt daarbij vaak een diep decolleté met schaduw tussen minder stevig uitziende borsten en een wat trieste uitstraling. De borsten van het vrouwelijke model lijken door deze houding meer te gaan hangen en ze lijkt minder zelfverzekerd en fragiel of kwetsbaar te zijn (zie afb 1A).

Als je ‘doorzit’ of ‘inzakt’, kun je zelfs als het magerste fotomodel de suggestie wekken dat je vetrollen hebt. Neem daarom altijd een “gestrekte” positie aan.

Een rechte rug houding laat het lichaam dus vaak niet alleen beter uitkomen, het geeft ook het idee met een zelfverzekerder persoonlijkheid te maken te hebben. Een yogaleraar zei eens dat je de rug het beste zo zou kunnen houden alsof je aan je kruin met een draadje aan het plafond zou zijn opgehangen. En juist die houding is waar fotografen vaak naar op zoek zijn (zie afb 1B).

Bij een rechte rug houding is het belangrijk de schouders te ontspannen en een klein beetje naar achteren te trekken. Hierdoor lijkt de nek aanzienlijk langer dan wanneer je dat niet doet. Daarnaast komt de borstpartij hierdoor beter tot zijn recht.

CSI voor modellen

Wanneer je met beide schouders recht naar de camera gericht staat terwijl je heupen recht staan en de voeten schouderbreedte naast elkaar zijn gezet, dan kom je heel sterk en zelfbewust over, maar ook minder vrouwelijk. Dit is typisch een houding voor een stoere militair of robuuste brandweervrouw.

Op deze manier recht voor de camera staan leidt meestal niet tot de meest gewenste foto’s. Bij veel foto’s is men immers op zoek naar meer “vrouwelijke elegantie”.

De S-curve heeft daarom vaak de voorkeur. Bij een S-curve ontstaat er een S-vorm in het lichaam. Dit wil zeggen dat je niet als een ‘paal’ of ‘blok’ rechtop staat, maar dat er een kromming in het lichaam ontstaat. Deze kromming ontstaat door de stand van de heupen enerzijds en door de positie van de schouders anderzijds (zie afb 2).

Van de S-curve kennen we enkele varianten. De S-pose zelf natuurlijk, maar ook de C- en de I-pose. Als je goed kijkt naar foto’s waarin ze gebruikt worden, dan zie je dat deze C- en I-poses afgeleid zijn van de S-pose omdat ze wel degelijk een curve kennen, al is deze niet zo opvallend als bij de S-curve pose.

Een C-curve doet het goed wanneer je ergens tegenaan geleund staat. Het straalt ontspannenheid uit (zie afb 3A). De I-vorm is een afgezwakte S-Curve en goed geschikt wanneer lange jurken worden gedragen. Het is een wat meer formele stand. Maar pas daar wel mee op! Voor dat je het weet staan je schouders en heupen recht en zijn alle curven verdwenen. De foto oogt meteen saai, gedrongen en statisch (zie afb 3B).

De CSI-vormen worden door het model ingenomen door haar stand van de voeten op ongelijke hoogte neer te zetten en het gewicht ongelijk over de benen te verdelen. Het gewicht is dus nooit over beide benen gelijk verdeeld, zelfs niet bij de I-vorm, want dan zou er een verticale lijn ontstaan (het lichaam zou dan symmetrisch doormidden gesneden kunnen worden).

Het grootste deel van het gewicht wordt bij de S-curve meestal op het achterste been gelegd en de voeten staan niet in dezelfde lijn ten opzichte van de camera. Een van de voeten is dus altijd wat meer naar achteren, de andere wat meer naar voren geplaatst (zie afb 4A).

Het voorste been wordt het “presentatiebeen” of het “accent been” genoemd. Het is het dichtst bij de camera en valt daardoor het meeste op. Het is goed om je aan te leren dat bij min of meer frontale poses, een hiel naar de camera ‘kijkt’ terwijl de andere dat juist niet doet. Door de knie van een been niet geheel te strekken, vallen er meer schaduwen op het been en ontstaat er meer reliëf, wat meestal beter is.

Het is gebruikelijk, maar dit hoeft niet noodzakelijkerwijs, dat het presentatiebeen het meest dichtbij de hoofd lichtbron wordt geplaatst. Het “steunbeen” komt daardoor iets meer in het wat donkere deel van de foto terecht en er valt soms zelfs schaduw op. Dit versterkt het perspectief en de dieptewerking van de foto (zie afb 4B).

Zitten in staan

Ooit vertelde een leraar in houdingen dat je moest leren ‘zitten in het staan’. Hij bedoelde daarmee dat je een houding aan kunt nemen, maar dat je daarmee nog niet geloofwaardig staat. Je kunt dezelfde houding actief en passief innemen. Het risico van passieve houdingen is dat je bang of verveelt over kunt komen. Dan sta je er niet, je bent dan slechts een schaduw van jezelf.

Zitten in staan betekent dat je er echt bent, dat je aanwezig bent en uitstraalt dat je er mag zijn. Daarom heeft het zitten in staan niet alleen betrekking of staan, maar ook op zittende en zelfs op liggende poses. Een houding aannemen is niet genoeg. Je moet er ook echt in zitten.

Profiel foto’s

Bij poses waarbij het lijkt of het model schuin door de scene van de foto loopt (je ziet dan dus voornamelijk de zijkant van het fotomodel), kun je het beste het presentatiebeen met het achterste been laten kruisen. Door het kruisen komt de ronding van de onderkant van de billen beter tot zijn recht. Deze houding wordt de cross-over houding genoemd (zie afb 5a).

Bij de zogenaamde open poses worden de benen juist niet gekruist. Je ziet bij afbeelding 5b dat hierdoor de eerder genoemde ronding van de billen minder zichtbaar wordt, maar dat het er juist hoekiger uit gaat zien. De vrouwelijke vormen komen hierdoor dus minder goed tot hun recht.

Het zal je waarschijnlijk ook opvallen dat de open pose houding iets sterker over komt, maar meteen ook iets minder elegantie uitstraalt dan de cross-over houding. De open pose is een houding die daarom bij sportfotografie vaker voor zal komen dan bij boudoir fotografie.

Gedraaid staan

Een gedraaide lichaamshouding, dus een waarbij de schouders een andere afstand hebben ten opzichte van de camera, laat bij vrouwen de natuurlijke lijn van de borsten beter uitkomen. Hetzelfde geldt voor het middel.

Deze pose heeft ook nog eens als voordeel dat bij een niet geheel symmetrische bouw, bijvoorbeeld doordat de grootte van de borsten onderling verschillen, dit minder opvalt. De zijde met de grootste borst hou je in dat geval het verst van de camera vandaan (zie afb 6).

 

Afb 1: Ingezakt lijk je minder zelfverzekerd en fragiel te zijn
Afb 2: Een S-Curve ontstaat door de heupen en schouders schuin te plaatsen
Afb 3: Een C-curve ontstaat als je ergens tegen aan leunt. Zorg altijd voor een curve.
Afb 4: Breng het gewicht op het achterste been
Afb 5: De cross-over pose heeft meestal de voorkeur
Afb 6: Gedraaid sta je er vaak beter op