Verschillende versies maken

Wat als je meerdere versies van een afbeelding moet maken? Een goede workflow kan dan veel tijd en ergernis besparen. Je kunt hiervoor gebruikmaken van varianten in Capture-One of met Linked Files in Photoshop. Maar hoe werkt dat?

Wat is een goede workflow?

Een goede workflow is een stappenplan waarmee je efficiënt tot een eindresultaat komt. Wanneer je drie verschillende versies van een afbeelding voor een klant moet maken, dan is het hebben van een goede workflow handig om tijd te besparen. Je moet immers voorkomen dat je niet drie keer hetzelfde hoeft te doen. Door te weten welke basis voor alle drie deze afbeeldingen nodig is en die in een keer te maken, kunnen we van daaruit de drie verschillende gewenste versies maken. Dat bespaart tijd.

Maar ja, tijdens het maken van die versies loop je er soms tegenaan dat je achteraf misschien toch liever nog iets in de basis anders had gezien. Maar dan is het te laat en dan moet je kiezen: begin ik opnieuw, of pas ik alle drie de versies op die wijziging aan?

Als je een goed stappenplan hebt en dat nauwgezet opvolgt, is de kans hierop kleiner. Maar hoe goed kan het stappenplan zijn bij het maken van een nieuwe afbeelding? Als je het resultaat nog niet kent is dit boekenwijsheid, geen praktijk.

Achteraf bijstellen

In praktijk ligt de oplossing voor dit probleem in het hebben van een goed stappenplan en het mogelijk maken van het aanpassen van de basis waarop de versies zijn geënt. Je kunt nu eenmaal niet alles van tevoren weten, hoe goed voorbereid dan ook.

Maar hoe maak je dan efficiënt verschillende versies van een afbeelding in Capture One en Photoshop? De makers van deze pakketten hebben daar verschillende oplossingen voor bedacht.

Varianten

Als je in Capture One een RAW-bestand inleest, dan krijg je dit te zien als een zogenaamde ‘variant’. Een variant is een representatie van de afbeelding met de instelling die voor die variant gelden. Als uitgangspunt worden hiervoor de gegevens uit het RAW-bestand geïnterpreteerd met de gegevens die in de header van het RAW-bestand beschreven staan. Lees dit artikel om meer te weten te komen over de opbouw van een RAW-bestand en hoe software als Capture One of Photoshop daarmee omgaat.

Varianten worden dus door Capture One gebruikt om afbeeldingen weer te geven en om eventuele gemaakte aanpassingen van de afbeelding met behulp van Capture One in op te slaan. Wanneer je in Capture One een afbeelding aanpast, worden de aanpassingen als instructies in de variant bewaard. Capture One zal realtime deze instructies in het geheugen van de computer toepassen en een aangepaste afbeelding als variant laten zien.

Een variant is zelf dus geen afbeelding. Wat je ziet is alleen maar een vertoning van hoe de afbeelding eruit zal komen te zien wanneer de voorgenomen aanpassingen erop zouden worden toegepast.

Je kunt met behulp van een variant gegevens zoals de waarde voor de witbalans, Clarity, Sharpness of Exposure aanpassen. Daardoor zie je het RAW-bestand in die variant op een aangepaste manier. In dit geval werk je met gegevens die anders zijn dan dat ze in de header van het RAW-bestand zijn beschreven omdat je die in de variant hebt aangepast.

Je kunt in Capture One eenvoudig tegelijkertijd meerdere varianten aanmaken. Een tweede variant kan bijvoorbeeld over een andere Exposure instelling beschikken. Omdat beide varianten gebruikmaken van hetzelfde RAW-bestand, blijft de basis hetzelfde, alleen de Exposure is anders en daarom zien beide varianten er anders uit. Een handige manier om de instellingen goed met elkaar te kunnen vergelijken!

Capture One laat varianten dus dezelfde gegevens van een RAW-bestand delen, maar stelt je in staat om per variant andere variabelen op te geven waarmee deze gegevens op een andere manier worden vertoond.

Versies

In Capture One is het niet ongewoon om een variant te maken die als basis geldt om vervolgens daar een kopie (Clone Variant) van te maken. In afb 2 wordt het ontstaan van een dergelijke Clone Variant aangeduid met de oranje pijl. Variant 2 is in basis een kopie van Variant 2. Met de kopie Variant 2 voer je aanpassingen uit die specifiek zijn voor de versie die je wilt maken maar verder gelijk moet zijn aan de originele variant (Variant 1).

Stel dat je drie versies wilt maken met een andere Exposure, dan maak je dus de eerste variant en als die klaar is gebruik je Clone Variant en past de tweede versie aan door alleen de Exposure te veranderen. Is die klaar, dan voer je daar een Clone Variant op uit en pas je opnieuw alleen de Exposure aan.

Als je achteraf tot de conclusie komt dat de basisvariant qua witbalans bijgesteld zou moeten worden, dan heb je pech. Immers, de versies die je hebt gemaakt zijn een kopie van de originele variant maar zijn daar niet aan gelinkt. Een aanpassing van de witbalans in de basisvariant alleen heeft daarom geen zin, je zult deze witbalans aanpassingen ook op de twee ‘ Clones’ uit moeten voeren.

Met Photoshop werken

Als je een RAW-bestand in Photoshop (in Adobe Camera RAW) inleest, wordt er een xmp-bestand naast het RAW-bestand aangemaakt. Het xmp-bestand bevat de gegevens van de header van het RAW-bestand en wordt door Photoshop gebruikt om de data in het RAW-bestand te kunnen interpreteren.

Met behulp van Adobe Camera RAW kunnen de gegevens in het XMP-bestand worden aangepast. Denk bijvoorbeeld aan de waarde voor de witbalans, Clarity of Exposure. Wat dat betreft lijkt de combinatie van een RAW-bestand en een xmp-bestand dus op een variant binnen Capture One.

Maar je kunt met Photoshop maar een xmp-bestand naast een RAW-bestand opslaan. Dit zorgt voor een beperking. Je kunt hierdoor immers maar een ‘Photoshop variant’ aanmaken.

Wanneer je overigens een xmp-bestand verwijderd en je opent het RAW-bestand, dan ben je weer terug bij af. Er is niets gewijzigd aan het origineel en daarom krijg je de afbeelding weer terug zoals je hem had toen je hem voor het eerst in Photoshop inlas. Hetzelfde gebeurt als je in Capture One een nieuwe variant aanmaakt met de optie “New Variant” en de andere varianten verwijderd.

Een tweede versie

Maar wat nu als je in Photoshop een tweede ‘variant’ zou willen hebben zoals dat in Capture One kan? Tja, daar is Photoshop niet echt op die manier voor ingericht.

Door het RAW-bestand te kopiëren en in verschillende mappen te plaatsen kan dat wel, maar dat is niet echt gebruiksvriendelijk en het kost ook best veel harddiskruimte. Om dit gedoe te voorkomen zie je dan ook dat Photoshopgebruikers niet zozeer denken in varianten, maar vaak werken met versies van bestanden. Dat neemt niet weg dat ook dat relatief veel harddiskruimte kost, maar het is wel eenvoudiger te beheren.

Versies werkwijze

Deze veel gebruikte werkwijze bestaat er uit om eerst een bestand aan te maken waarin het RAW-bestand zo is aangepast dat het voor alle versies als uitgangspunt kan dienen. Dat bestand wordt drie keer opgeslagen met een andere bestandnaam en daarmee worden de drie versies verder ontwikkeld.

Je maakt dus voor de drie gewenste versies die we voor ogen hadden eerst een basisversie, slaat die op en gebruikt die als uitgangspunt voor de drie versies die je wilt gaan maken.

Ook deze versies hebben dus net als in Capture One niet dezelfde basis en als daar iets aan gewijzigd moet worden zul je dat, ook net zoals in Capture One, dan bij alle versies apart moeten doen. Maar dat kan beter!

Linked Files

In Photoshop kun je dit voorkomen. Je kunt de basisafbeelding namelijk als Linked File (menu File > Place Linked…) laden in de versie (variant) die je hebt aangemaakt. Een Linked File verwijst naar een ander bestand maar maakt deze niet tot onderdeel van het document zelf waarin je op dat moment zit te werken. Je kunt alle versies laten verwijzen (linken) naar hetzelfde basisbestand. Op die manier hoef je toch maar een bestand aan te passen om die wijziging in alle versies door te laten voeren. En dat is precies wat we voor ogen hadden!

Werk je in een van de versies en kom je tot het besluit dat je de basisafbeelding wilt aanpassen, dan dubbelklik je slechts op de layer in een versie waarin het basisbestand zich bevindt. Dit basisbestand wordt als nieuw document geopend en kun je daar aanpassen. Nadat je de aanpassing hebt opgeslagen wordt de aanpassing automatisch in alle versies doorgevoerd. Ideaal!

Het werken met Linked Files is niet alleen gebruiksvriendelijk, het zorgt ook voor het besparen van vrije harddiskruimte omdat alle versies gebruikmaken van hetzelfde basisbestand.

RAW bewerken is altijd non-destructive

Wat je overigens ook doet met Capture One of met Photoshop, deze software pakketten laten je nooit iets wijzigen aan het oorspronkelijke RAW-bestand. De wijzigingen bevinden zich allemaal in andere bestanden en dus wijzig je nooit iets aan het RAW-bestand zelf.

Varianten in Capture One zijn zelf geen afbeeldingen. Het zijn alleen instellingen die toegepast worden op een ‘voorliggende afbeelding’ en daarvan wordt je het resultaat getoond. Pas bij een export van een afbeelding worden alle instellingen op het origineel losgelaten en opgeslagen in een nieuw afbeeldingsbestand. Je kunt echter niet exporteren naar een RAW-bestand en die dus ook niet overschrijven. Vandaar dat Capture One een echt ‘non-destructive’ softwarepakket is.

Photoshop past evenmin RAW-bestanden aan. Als je een RAW-bestand in Photoshop inleest en je wijzigt in Adobe Camera Raw (ACR) de witbalans, dan wordt bij het opslaan de header van het RAW-bestand niet aangepast maar wordt er een bestandje naast het RAW-bestand aangemaakt waarin deze gegevens worden opgeslagen. Een soort alternatieve of aanvullende header dus.

In dit *.xmp bestand (eXtensible Metadata Platform) worden de instellingen voor ACR opgeslagen en zodra het RAW-bestand daarna opnieuw wordt ingelezen zal Photoshop de gegevens in dit bestand gebruiken om het RAW-bestand te laten zien.

De aanpassingen die in het xmp-bestand staan krijgen voorrang boven dat van de header. Dus ongeacht wat er in de header van het RAW-bestand staat over de witbalans, als in het xmp-bestand een andere waarde voor de witbalans staat, dan zal dit gebruikt worden.

Ook hier geldt dat pas wanneer je een afbeelding gaat opslaan in Photoshop als bijvoorbeeld een JPG, de instellingen worden losgelaten op het origineel en er een nieuw afbeeldingsbestand wordt aangemaakt. Ook met Photoshop kan dit niet een RAW-bestand zijn. Het originele RAW-bestand blijft daarom ook door Photoshop ten alle tijden onaangepast.

Toch verschil

Maar er is toch een verschil. In Capture One blijven alle aanpassingen altijd als instructies opgeslagen en worden ze nooit verwerkt tot een bestand totdat de uiteindelijke export plaatsvindt. Je kunt daarom in Capture One altijd en op ieder moment spreken van een non-destructive werkproces.

Met behulp van Photoshop kun je tussentijdse aanpassingen al tijdens het nabewerkingsproces doorvoeren zodat ze niet als instructie maar al in de afbeelding worden verwerkt. Je kunt bijvoorbeeld de kleuren uit een afbeelding verwijderen zonder dat dit nog aan te passen is. Hiermee is Photoshop niet altijd een non-destructive pakket waarin je op ieder moment nog alle aanpassingen straffeloos zou kunnen wijzigen. Je kunt er ook 'destructieve handelingen' mee uitvoeren. 

Welke software is handiger?

In de praktijk is in een aantal gevallen de Capture One oplossing met varianten erg handig. Bijvoorbeeld wanneer je een afbeelding in een aantal versies gemakkelijk naast elkaar wilt kunnen bekijken met een oplopende waarde voor de Exposure.

In andere gevallen kun je beter werken met Linked Files in Photoshop. Bijvoorbeeld als je in een afbeelding een uitgeknipt voorwerp hebt aangebracht en dat als basisafbeelding beschouwt voor een aantal te maken versies. Zoals in zoveel gevallen heeft alles zijn eigen voor- en nadelen.

Voor beide softwarepakketen geldt echter dat wanneer iemand niet gestructureerd werkt en niet goed vooraf nadenkt over de te nemen stappen, hij altijd inefficiënt zal werken.

 

Afb 1: Een goed stappenplan zorgt voor efficiency
Afb 2: Een variant in Capture One toont dezelfde afbeelding met andere instellingen
Afb 3: In Capture One zet je de varianten overzichtelijk naast elkaar neer
Afb 4: Photoshop maakt een xmp-bestand aan voor de ACR instellingen
Afb 5: Door een Linked File te gebruiken, kun je de basis eenvoudig aanpassen
Afb 6: Een Linked File kan in Photoshop als layer worden toegevoegd
Afb 7: Met een Linked File kunnen eenvoudige verschillende versies worden gemaakt
Afb 8: Een Linked File wordt aangepast door dubbel op de LF-layer te klikken
Afb 9: Door de Linked File aan te passen, worden alle versies automatisch aangepast