RYB erg belangrijk

Als hedendaagse fotograaf heb je natuurlijk te maken met de kleur van licht. Maar onderschat het effect van de zogenaamde ‘verfkleuren’ in een scene niet!

RGB

Als fotograaf weet je wat RGB is. Met RGB beschrijven we de zogenaamde additieve kleuren. Dit zijn kleuren die tot stand komen door het mixen van gekleurd licht. Wanneer we rood, groen en blauw (RGB) licht met elkaar mengen, kunnen we alle verschillende soorten kleuren licht krijgen. Zijn ze alle drie in ‘volle mate’ aanwezig, dan wordt het licht wit. Zijn ze geen van drie aanwezig, dan hebben we geen licht en is het dus donker (zwart). De hoeveelheid van een bepaalde kleur wordt in een getal tussen 0 en 255 uitgedrukt. Rood, groen en blauw in volle mate beschrijf je daarom als 255,255,255. Je hebt dan de lichtkleur wit gekregen. Met 0,0,0 wordt zwart aangegeven.

Wil je echt “vol” rood krijgen bij de additieve kleurmenging, dan ga je uit van 0,0,0 en voeg je van rood alles (255) toe. Je krijgt dan 255,0,0: rood licht dus. Dit wordt additieve kleurmenging genoemd omdat er immers gekleurd licht wordt toegevoegd (additie). We beginnen daarom altijd met 0,0,0 en doen er dan rood en/of groen en/of blauw in een bepaalde mate bij. Wie RGB gebruikt, gebruikt een beschrijving voor het mengsels van deze additieve kleurmenging.

Tijdens fotografie werken we met licht en daarom gebruiken we de additieve kleurmenging. Je zou populair kunnen stellen dat we licht zien als RGB, dus iedere kleur licht als een mengsel van drie soorten gekleurd licht. We hebben hierbij te maken met andere primaire kleuren als bij het mengen van verf: namelijk met rood, groen en blauw (RGB). Een primaire kleur is overigens een kleur die niet kan ontstaan door andere kleuren te mengen.

Hoewel RGB wordt gebruikt bij fotografie, moet de kennis over de “ouderwetse verfkleuren” voor fotografie toch niet onderschat worden!

RYB

De term “verfkleur” bestaat natuurlijk niet in natuurkundige zin, maar we bedoelen er de kleurkennis mee zoals je geleerd hebt op de lagere school om kleuren te maken door verf te mengen. Als we verf mengen, dan gebruiken we andere primaire kleuren als bij het mengen van licht. Zonder te diep in te willen gaan op de onderliggende reden hiervan, gebruiken we als primaire kleuren hiervoor rood, geel en blauw. 

Verfkleur gedraagt zich dus anders dan de kleur van licht. Bij de zogenaamde subtractieve kleurmenging wordt uitgegaan van zwart waar daarna door absorptie kleuren uit het zwart gehaald worden zodat de gewenste kleur overblijft. Je neemt als het ware zwarte verf en daar haal je, voor een rode kleur, de kleuren blauw en geel uit. De kleur blijft dus "over" door het weghalen (subtractie) van kleuren. 

Met RYB (Red, Yellow, Blue) beschrijven we de subtractieve kleurmenging. De mix van deze ‘primaire’ kleuren levert ons alle (verf-)kleuren op. De primaire kleuren zullen nu wel helder zijn. Een secundaire kleur is een kleur die ontstaat door twee van de drie primaire kleuren te mengen. Bijvoorbeeld rood en geel of rood en blauw. Meng je de drie primaire kleuren met elkaar, dan spreek je van tertiaire kleuren.

Is RYB van belang bij fotografie?

Jazeker, kijk maar eens naar een groot aantal foto’s! Daar waar de primaire kleuren van RYB worden gebruikt in een scene (dus rood, geel en blauw), dan zal opvallen dat deze nauwelijks zorg dragen voor afleiding. Het lijkt er op dat primaire ‘verfkleuren’ ons dus niet erg afleiden, ze "horen er gewoon bij". Maar oppervlaktes gekleurd met secundaire kleuren, doen dat juist wel. Ze lijken in een foto af en toe zelfs een eigen leven te leiden en kunnen daardoor heel storend zijn of juist gebruikt worden om ergens de aandacht op te vestigen.

Tertiaire kleuren worden veel gebruikt in de kunst omdat ze objecten naar de achtergrond brengen. De “verfkleuren” zijn dus juist van groot belang binnen de fotografie. Ze bepalen in zekere mate het succes van de compositie!

Voorbeelden

We hebben een foto (afb 1) waarin de primaire verfkleuren zijn verwerkt: rood, blauw en geel. Niets bijzonders mee zo te zien, maar er is toch wel iets opvallends aan te zien: hoewel er niets eens met geheel “volle” primaire kleuren werd gewerkt, blijkt dat de gekleurde objecten niet bijzonder opvallen maar er gewoon bij lijken te horen. Ze vallen niet speciaal op door hun kleur, maar het zijn ook geen achtergrond objecten te noemen.

Bij afb 2, waar overwegend secundaire kleuren zijn gebruikt voor de ballonnen en vlaggetjes, vallen de kleuren daarentegen wel sterk op. Geel en rood levert oranje op, rood en blauw paars en blauw en geel leveren samen groen op als secundaire kleur. Deze kleuren van de ballonnen zorgen er voor dat ze zowat uit de foto springen, ze eisen de aandacht op.

In afb 3 zien we het effect van de toepassing van tertiaire kleuren. Voor iedere gekozen kleur zijn alle drie de primaire kleuren gemengd waardoor in dit geval olijfgroen, donkerbruin en grijsblauw zijn ontstaan. Hierdoor worden de ballonnen naar “achteren” gedrukt, ze lijken minder belangrijk in de compositie te worden.

De vuistregel die hiermee bewezen wordt, is dat primaire kleuren een normaal belang aan objecten levert, secundaire kleuren een hoog belang en tertiaire kleuren een laag belang.

Wat kun je hier nu mee?

Als fotograaf of fotomodel kun je, door bewust bepaalde kleuren te kiezen, een foto maken of breken. Je kunt bijvoorbeeld een rode of een oranje kledingstuk gebruiken, een groene of een grijsblauwe achtergrond gebruiken. Deze keuzes hebben een enorm effect op het uiteindelijke resultaat.

Wanneer je de realistische 18de eeuwse schilderijen bestudeert, zie je een overwegend gebruik van tertiaire kleuren. Logisch, de aandacht moest immers naar de persoon op het portret gaan en niet naar de kleding of naar de achtergrond. Daar waar voornamelijk primaire of secundaire kleuren worden gebruikt in de kunst, oogt een schilderij vaak wat simpel. 

Alleen daar waar de schilderkunst de neiging had het primaire te benaderen, denk aan werk van Mondriaan en andere expressionisten uit de twintigste eeuw, werden juist veel primaire en secundaire kleuren gebruikt. Dit bewust gebruiken van het type kleuren, kun je als fotograaf natuurlijk ook toepassen.

Veel mensen die wij fotograferen vragen aan ons welke kleding ze het beste mee kunnen nemen. Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Voor zakelijke headshots kun je je voorstellen dat kleding in tertiaire kleuren vaak beter geschikt is. Toch kunnen primaire kleuren soms ook goed uitpakken. Een model, gekleed in een rode jurk, lijkt misschien veel aandacht te vragen voor haar jurk, maar toch valt op dat haar gezicht het centrum van de scene blijft. Draagt ze daarentegen een oranje jurk, dan wordt de aandacht gegarandeerd naar die jurk geleid. Dat zal vaak minder wenselijk zijn.

In afb 4 zie je een collage van dezelfde foto waarbij het jurkje in een steeds andere kleur wordt weergegeven. Hier kun je goed aan zien wat het effect kan zijn van de gekozen kleur op de uiteindelijke afbeelding. Terwijl de ene kleur zorgt voor rust, vormt de andere juist een afleider. Al is rood een kleur met een hoge intensiteit, toch biedt het hier duidelijk een evenwichte foto. De jurk wordt niet belangrijker dan het model. Maar de secundaire kleuren, zoals de paarsachtige kleuren, werken altijd als aandachttrekker, ongeacht hun intensiteit, terwijl de tertiaire kleuren het fotomodel juist meer naar voren laten komen.

Afb 1: Primaire kleuren zorgen voor "normale aandacht".
Afb 2: Secundaire kleuren eisen de aandacht op.
Afb 3: Tertiaire kleuren zorgen voor verminderde aandacht.
Afb 4: Het verschil in type kleur kan een foto maken of breken.