Hyperfocale Afstand

Wanneer krijg je het grootst mogelijke scherptedieptegebied zodat je landschapsfoto’s van een groot scherptedieptegebied kunt voorzien? Dat krijg je door het objectief in te stellen op de hyperfocale afstand.

Waarom veel scherptediepte?

Vooral bij landschapsfotografie ontstaat soms de behoefte om over een zo groot mogelijk scherptedieptegebied te kunnen beschikken. De afstanden in de scene kunnen aanzienlijk zijn en het zou ook dan prettig kunnen zijn wanneer objecten op de voorgrond alsook die op de achtergrond scherp worden afgebeeld.

Wanneer je kijkt naar afb 1 dan zie je dat de fotograaf de halmen op de voorgrond scherp heeft vastgelegd, maar dat de achtergrond al snel onscherp wordt. Dit is daarom een tegenvoorbeeld van wat hierboven werd beschreven. Voor deze foto is dat prima omdat de achtergrond ook niet echt veel te bieden heeft.

Maar kijkend naar afb 2 zie je hoe de landschapsfotograaf, door een grote scherptediepte in de hele foto te leggen, van dichtbij tot ver weg alles in detail kan laten zien. Hierdoor treedt een enorme dieptewerking op. Voor deze foto is dat heel passend.

Definities

Voordat we goed uit kunnen leggen hoe je dit kunt doen, en dus wat de hyperfocale afstand is, is het belangrijk om een aantal begrippen goed te definiëren. Wanneer we in dit artikel spreken over het scherpstelpunt, dan bedoelen we daar het punt mee waarop we het objectief, eventueel met behulp van de autofocus functie, scherp stellen.

Dat wat we als mensen als scherp zien op een foto heeft alles te maken met hoe lichtstralen door het objectief zijn gekomen om de foto te maken. Lichtstralen afkomstig van een voorwerp, bijvoorbeeld van een lichtpuntje, dat zich exact op het scherpstelpunt bevindt, zullen in hetzelfde punt samenkomen. Maar bevindt zich dit lichtpuntje ten opzichte van de camera voor of achter dit scherpstelpunt, dan begint dit af te wijken. Zo lang deze afwijking onder de 0,03 mm in diameter blijft, dan ervaren wij dit nog steeds als scherp. Wordt het groter, dan vinden wij het onscherp. 

Het scherptedieptegebied is het gebied waarin we objecten die zich daarin bevinden nog als scherp ervaren en de afwijking dus maximaal 0,03 mm in diameter is. Dit gebied begint een zekere afstand voor het scherpstelpunt en loopt achter het scherpstelpunt een bepaalde afstand door.

Scherptedieptegebied

De breedte van het scherptedieptegebied van een opname wordt beïnvloedt door onder andere de brandpuntsafstand van het objectief, de afstand tussen de camera en het scherpstelpunt en de grootte van de sensor. Bijvoorbeeld: hoe verder weg je iets fotografeert, hoe groter het scherptedieptegebied hierdoor zal zijn. Toch levert het scherpstellen op een punt in de horizon in praktijk een minder groot scherptedieptegebied op als dat mogelijk is.

Het is namelijk niet het meest ver weg gelegen punt, maar de hyperfocale afstand waarbij bij een bepaald diafragma het grootste scherptedieptegebied in een foto wordt verkregen. Als het objectief op deze hyperfocale afstand wordt ingesteld, dan zal het scherptedieptegebied lopen vanaf de helft van die afstand tot oneindig ver.

Een voorbeeld

Stel we fotograferen een landschap met een full frame camera voorzien van een groothoek objectief zoals een AF-S NIKKOR 24mm f/1.8G ED. Als diafragma hebben we gekozen voor f5.6 omdat we geen concessies willen doen aan de ISO en het aanwezige licht deze waarde afdwingt. We gebruiken nu niet een punt op de horizon om scherp te stellen, maar stellen scherp op 3,4 meter van ons vandaan.

Wanneer we de foto maken en naar het resultaat kijken, blijkt dat alles vanaf 1,7 meter tot in het oneindige scherp wordt afgebeeld. Hadden we daarentegen scherp gesteld op de horizon, dan was heel veel van de voorgrond niet scherp geweest.

Hoe kan dit nu?

Stel je scherp op de horizon, dan ligt het scherpstelpunt ergens heel ver van je vandaan. Nu krijg je daardoor wel een flink breed scherptedieptegebied, maar omdat dit scherpstelpunt zo ver weg ligt, zal dit toch een zekere beperking kennen. Vandaar dat een groot gebied op de voorgrond in de foto nog steeds onscherp zal zijn. In afb 3 is dit schematisch te zien. De gele punt in de afbeelding stelt het scherpstelpunt voor.

Met de kortere afstand waarop wij het objectief in dit voorbeeld hadden ingesteld, hadden wij het punt gevonden dat het dichtst bij ons vandaan ligt waar vandaan alles scherp is tot in het oneindige. Hierdoor krijgen we voor het scherpstelpunt het grootste gebied dat ook scherp zal worden weergegeven. Zie hiervoor afb 4.

Deze afstand, de afstand dus waarop het punt ligt dat het dichtstbij ons ligt en waar vandaan alles scherp is tot in het oneindige, wordt de hyperfocale afstand genoemd.

Hoe bepaal je de hyperfocale afstand?

De hyperfocale afstand kun je berekenen met een niet al te complexe wiskundige formule. Deze formule luidt:

H = brandpuntsafstand2 / diafragma * 0,03

In ons voorbeeld hierboven waar we een Nikkor objectief voor gebruikten zou daarom gelden:

H = 24 x 24 / 5,6 * 0,03 = 3428,571428571429

Deze uitkomst is in mm en door dit door 1000 te delen krijgen we meters, afgerond: 3,4 meter.

Deze formule is niet zo complex omdat de uitkomst niet heel exact hoeft te zijn en er geen rekening hoeft te worden gehouden met bijvoorbeeld de crop factor van de sensor (we gaan hier uit van een full frame sensor) of met andere specifieke kenmerken van de gebruikte sensor. Vanzelfsprekend zijn er complexere formules die dit allemaal wel meenemen, maar dan ben je behoorlijk aan het rekenen om de hyperfocale afstand te kunnen bepalen. Eenvoudiger is het daarom om even een van de vele gratis of betaalde app’s te downloaden op een smartphone die dit voor je doet.

De praktijk

Wil je een landschapsfoto maken met veel scherptediepte, dan ga je als volgt te werk:

  1. Kies het gewenste objectief (vaak zal dat een groothoek objectief zijn)
  2. Bepaal het diafragma, stel de camera daar op in en zorg dat dit niet verandert
  3. Bereken met een app de hyperfocale afstand
  4. Plaats de camera op een statief
  5. Stel scherp op de hyperfocale afstand en zorg dat deze instelling niet verandert
  6. Druk af

Alles scherp?

Door gebruik te maken van de hyperfocale afstand kun je een groot scherptedieptegebied in een foto brengen, iets wat je veel landschapsfotografen dan ook ziet doen. Maar is dit altijd wel zo gewenst? Afb 5 is een goed voorbeeld waarvan je ziet dat er niet echt iets interessants op de voorgrond staat en je kunt je hierbij dus afvragen of alles wel scherp zou moeten zijn. Afb 2 was al een goed voorbeeld van een foto waar onscherpte de foto juist beter maakte. Kortom, het blijft een overweging die zorgvuldig gemaakt moet worden maar met behulp van deze techniek in ieder geval gemaakt kan worden.

Afb 1: Veel scherptediepte is niet altijd gewenst
Afb 2: Scherptediepte werkt mee aan de dieptewerking
Afb 3: Scherpstelpunt aan de horizon levert minder groot scherptedieptegebied op
Afb 4: Hyperfocale afstand levert grootste scherptedieptegebied op
Afb 5: Alles scherp of toch niet?