Blend Modes

Ze worden veel gebruikt, maar wat doen ze nu precies en hoe werkt dat? Photoshop blend modes beter kennen, is mogelijkheden vergroten!

Overvloeien

Met een blend mode (Nederlands: overvloeimodus) kun je layers in elkaar over laten “vloeien”. Photoshop kent een zestal verschillende groepen blend modes. Iedere groep kent zijn eigen karakteristieken.

In praktijk zijn blend modes bewerkingen van kleuren, of beter nog, het zijn wiskundige berekeningen die los worden gelaten op de waarden die verkregen worden door de betrokken kleuren te analyseren. Het gaat daarbij om de kleuren van de pixels die zich in de betrokken layers recht boven elkaar bevinden. Een blend mode werkt dus pixel voor pixel de afbeelding af. 

Bij sommige blend modes lijkt de werking van een blend mode niet veel meer te zijn dan het zoeken naar een bepaalde kleur en deze vervangen door transparantie. Maar zoals vaak, bedriegt ook hier de schijn. Met dergelijke blend modes kun je weliswaar een object, gefotografeerd met een zwarte achtergrond, perfect “uitgeknipt” leggen op de layer daar onder, maar het principe dat daar achter schuil gaat is toch een stuk complexer. Het zwart van de afbeelding wordt door de blend mode niet verwijderd maar vervangen waardoor alleen het object zelf overblijft. Hoe dat werkt, leggen we je graag uit!

Lighten

In afb 1 zie je twee layers op elkaar liggen. De onderste layer is een foto van een muur waar een kast voor staat, de bovenste layer bevat neonletters op een zwarte achtergrond. Ze liggen in afb 1 boven op elkaar end aarom ziet het er niet uit. Door nu de blend mode van de bovenste layer op ‘Lighten’ te zetten, krijgen we afb 2 als resultaat.

Om het zwart van de achtergrond te laten verdwijnen, hadden we ook kunnen kiezen voor de blend mode ‘Lighter color’ of een van de andere blend modes die in deze groep vermeld staan. Deze groep zouden we daarom misschien wel de ‘zwart-verdwijn-groep’ kunnen noemen. Maar bij Adobe noemt men deze groep ‘licht’, en daar hebben ze een goede reden voor!

Keuze van de blend mode

De blend mode die je kiest binnen een groep, is afhankelijk van de afbeeldingen die worden gebruikt. In feite zijn alle blend modes binnen een groep varianten op de "hoofdwerking" van de desbetreffende groep.

Voor de groep ‘licht’ zie je dat er vijf varianten bestaan. Maar wat is nu precies het verschil?

De feitelijke bewerking

Blend modes werken tijdens de bewerking met een zogenaamde basiskleur (base color) en een overvloeikleur (blend color). De overvloeikleur bevindt zich op de layer waar de blend mode voor wordt ingeschakeld. In dit geval de bovenste layer die voorzien is van de afbeelding met de neonletters. De basiskleur bevindt zich hier op de layer die daar onder ligt: hier dus de foto van de kast voor de muur.

Een blend mode stelt waarden vast van de kleuren van de betrokken pixels. Het gaat hierbij om de pixels die zich recht boven elkaar bevinden in beide layers. De specifieke bewerking van de blend mode bepaalt nu welk effect de twee gevonden waarden op elkaar zullen hebben. Het effect resulteert in de uiteindelijke kleur: de resultaatkleur, ook “result color” genoemd.

De bewerking voor ‘lighten’ is dat Photoshop de grijswaarden van de pixels in beide layers vaststelt. De kleur met de laagste grijswaarde (de kleur die het lichtste is) wordt daarbij als resultaatkleur gekozen. De donkerdere kleur van de andere pixel wordt hierdoor genegeerd. Je zou kunnen zeggen dat lichtere pixels het winnen van de donkere, bij deze bewerking.

Als we nu nog eens kijken naar afb 2, dan begrijpen we beter wat er gebeurd is. Het zwart van de bovenste layer is donkerder dan de kleur van de wand daar onder. Daardoor zien we de kleur van de wand als resultaatkleur, die is immers lichter. Maar de kleur van de neonletters is lichter dan de kleur van de wand. Daarom wordt de kleur van de neonletters wel vertoond en op die plaats niet de kleur van de wand. Hierdoor ‘vloeien’ beide beelden ogenschijnlijk in elkaar over.

Maar wie scherp oplet, kan nog meer zien. Wanneer we kijken naar afb 1, dan zien we dat achter de neonletters meer oranje stukjes aanwezig zijn en dat er een stralenkrans van licht zich rond de neonletters bevindt. Deze komen niet allemaal terug in afb 2. Dit komt omdat deze oranje stukjes en de stralenkrans door Photoshop als minder licht worden beschouwd dan de kleur van de wand. We ‘verliezen’ dus wat van de neonletters.

Andere bewerkingen

Wanneer we een andere bewerking uit de groep ‘licht’ kiezen, bijvoorbeeld ‘Screen’, dan zien we dat het effect veel lijkt op ‘Lighter’ (de meest donkere pixels verdwijnen ook hier), maar de letters lijken nu wel wat bleker te zijn geworden en de oranje stukjes zijn nu wel zichtbaar. We zien zelfs dat de lichtkrans rond de letters behouden is gebleven. Kijk maar eens naar afb 3.

De bewerking voor ‘Screen’ vergelijkt ook de kleuren van de onderste en de bovenste layer, maar deze blend mode vermenigvuldigt de inverse kleuren van deze kleuren. Daardoor ontstaat altijd een lichtere kleur, behalve als een van de kleuren zwart is. Bij zwart behoud je de ‘andere’ kleur.

Waarom behoud je met zwart dezelfde kleur? Vermenigvuldigen met de inverse kleur van zwart levert namelijk hetzelfde resultaat op. Even iets meer over de achtergronden voor een nog beter begrip: de grijswaarden worden door Photoshop uitgedrukt in een getal tussen 0 en 1. Zwart krijgt daarom de waarde 0 en wit de waarde 1. Vermenigvuldigen met 1 geeft altijd hetzelfde en omdat zwart 0 is, zal het invers van zwart (=tegengestelde) wit zijn, welke dus 1 is. Bij zwart wordt er dus vermenigvuldigd met 1 wat steeds dezelfde uitkomst op zal leveren.

Met wit zal er bij deze blend mode dan vast ook iets bijzonders gebeuren, zal misschien de conclusie zijn, en dat is ook zo!  Het vermenigvuldigen met de inverse van wit zal namelijk altijd wit opleveren. Wit is immers 1, het inverse van wit is zwart, en dat wordt 0. Vermenigvuldigen met 0 zal altijd 0 opleveren.

In groepen

Op deze manier heeft iedere blend mode zijn eigen karakteristieken, maar zijn ze wel in groepen bijeen gebracht wanneer daarvan de belangrijkste karakteristieken overeen komen. In dit geval is het dus de karakteristiek ‘licht wint’, hoewel de blend modes die zich in deze groep bevinden, daar op verschillende manieren toe komen.

Dit groeperen is gedaan om voor ons als gebruikers het leven gemakkelijker te maken. Je hoeft hierdoor namelijk niet exact te weten wat iedere blend mode precies doet, als je maar in hoofdlijnen weet wat de groep doet waartoe hij behoort. In praktijk kies je daarom de groep en experimenteer je met de afzonderlijke blend modes om het meest wenselijke resultaat te kunnen bereiken.

We weten van de groep “Licht” dat donkere pixels het altijd zullen verliezen van de lichtere. Hebben we daarom een object met een zwarte achtergrond en willen we die laten samenvloeien met een andere afbeelding, dan weten we dat we moeten experimenteren met de blend modes in deze groep. Zo simpel is dat!

Andere groepen

Het zal nu wel duidelijk geworden zijn waarom de groep ‘licht’ zo genoemd wordt en niet de ‘zwart-verdwijn-groep’. Hij laat immers niet zo maar zwart verdwijnen, hij geeft voorkeur aan de meest lichte kleur, en zwart zal hierdoor dus “verliezen” omdat dit altijd de donkerste kleur is. 

Nu dit duidelijk is, zullen de andere groepen ook snel begrepen kunnen worden. Er is bijvoorbeeld een groep ‘donker’ waartoe de blend mode ‘Color burn’ behoort. Inderdaad, deze groep geeft juist de voorkeur aan donkere kleuren boven lichte kleuren.

Verder kennen we naast groepen voor licht en donker ook nog de groepen normaal, contrast, omkeren en ingrediënt. Normaal zal duidelijk zijn. Dit is de standaard instelling voor nieuwe layers. De groep contrast kenmerkt zich daarentegen door een soort kruising te zijn tussen de groepen donker en licht. De resultaatkleuren worden namelijk verkregen door te kijken of de kleuren lichter of donkerder zijn dan 50% grijs. Zijn de pixels donkerder, dan wordt de voorkeur voor donkere pixels toegepast, zijn ze lichter dan 50% grijs, dan wordt de voorkeur voor de lichtere pixels toegepast.

Binnen de “omkeren-groep” zullen de blend modes zoeken naar variaties tussen de base- en blendkleuren om tot een keuze te kunnen komen en binnen de ingrediënt-groep zullen de daar in opgenomen blend modes de primaire kleurcomponenten (tint, verzadiging en helderheid) gebruiken om tot een resultaatkleur te komen.

Effectsterkte bepalen

Soms wil je misschien wel het effect van een blend mode hebben, maar niet in de mate waarin het zich aandient. Je kunt dan door de Opacity van de blend mode layer te wijzigen, de sterkte van het effect van een blend mode eenvoudig aanpassen.

Extra aanpassingen

Nu het duidelijk is dat een blend mode niets anders is als een (wiskundige) bewerking van de base color en de blend color, is het niet moeilijk te begrijpen dat wanneer de kleuren, de helderheid of de verzadiging van een layer veranderen, dit een groot effect zal kunnen hebben op het uiteindelijke resultaat.

In afb 4 hebben we als voorbeeld hiervan dezelfde instellingen (blend mode screen) gebruikt als bij afb 3, maar daar hebben we wel een Levels Adjustment Layer aan toegevoegd. Door de blokjes te verschuiven onder de grafiek, wordt de bovenste layer aangepast en daarmee verandert het eindresultaat. Op deze manier hebben we de stralenkrans rond de neonletters kunnen verwijderden.

We hebben bij afb 5, welke ook als uitgangspunt afb 3 had, boven de bovenste layer een Hue/Saturation Adjustment Layer geplaatst en daarmee gekozen voor ‘Colorize’. Hierdoor konden we de letters van een andere kleur voorzien.

Kortom, blend modes kunnen prima in combinatie met bijvoorbeeld Adjustment Layers worden gebruikt om het eindresultaat verder te kunnen beïnvloeden.

Meest gebruikt

De blend modes Multiply, Screen en Overlay worden door fotografen het meest gebruikt. Ze worden vooral gebruikt om twee afbeeldingen met elkaar samen te laten smelten. Bij de Multiply bewerking wordt, eenvoudig gesteld, wit uitgesloten, wordt alles wat een 50% grijswaarde kent iets donkerder en blijft zwart gewoon zwart. Dit in tegenstelling tot Screen. Deze doet immers precies het tegenovergestelde: Wit blijft wit, 50% grijs wordt iets lichter en zwart wordt uitgesloten. Bij Overlay wordt alles met een helderheid van 50% grijs verwijderd, worden donkere delen donkerder en witte delen lichter.

Het is daarom niet gek om te beginnen met een van deze drie blend modes om te kijken of je daarmee richting het gewenste doel kunt komen. Heb je die gevonden, kies dan eventueel een andere blend mode uit dezelfde groep voor optimalisatie.

Voorbeelden

Hiernaast zie je enkele voorbeelden van deze veel gebruikte blend modes. Afb 6 bestaat uit een portretfoto die we van een fotomodel hebben gemaakt en een foto van een straat in de avond in een middeleeuws dorpje. We hebben hier gebruik gemaakt van de blend mode multiply. Het resultaat laat zien dat door de lichtere huidskleur van het model het straatbeeld wordt vertoond.

Afb 7 is identiek aan afb 6 met dat verschil dat hier ‘Screen’ is gebruikt. Omdat screen de inverse kleuren vermenigvuldigt, ontstaan er altijd lichtere kleuren. Dit is goed te zien in afb 7.

Afb 8 bevat opnieuw dezelfde layers als afb 6 en afb 7, maar nu hebben we de blend mode Overlay geactiveerd. Hierdoor worden de donkere delen donkerder en de lichtere delen lichter. Alles wat bestaat uit 50% grijs wordt uit het resultaat verwijderd. Hierdoor krijgen we dit eindresultaat te zien.

 

Afb 1: Twee afbeeldingen boven op elkaar in layers
Afb 2: De blend mode 'lighten' laat ogenschijnlijk het zwart verdwijnen
Afb 3: Test varianten uit dezelfde groep voor eventuele optimalisatie
Afb 4: Een Levels Adjustement Layer voor fine tuning
Afb 5: De kleur van de neonletters is gewijzigd met een Hue/Saturation Adjustment Layer
Afb 6: De blend mode "Multiply"
Afb 7: De blend mode "Screen"
Afb 8: De blend mode "Overlay"