Het regent pijpenstelen

Wanneer het pijpenstelen regent, dan regent het echt hard. Daarvoor wil je de studio niet uit, maar dat hoeft ook niet. Lees hier hoe je dergelijke regen met behulp van Photoshop zelf kunt maken!

Echte regen

Eerder lieten we al eens zien hoe je kunt suggereren dat het regende in het artikel ‘Regen in de nacht’. De methode die daarvoor werd gebruikt was betrekkelijk eenvoudig. Want als je naar echte regen kijkt, dan valt bijvoorbeeld op dat de regendruppels nooit recht naar beneden vallen. De wind en de objecten die de regen tegenkomt, doen de regendruppels allerlei kanten op vliegen. Daarnaast heb je regendruppels die achter het onderwerp vallen en regendruppels die er voor vallen. Willen we daarom een nog meer realistischere regen maken, dan zullen we hier een schepje bovenop moeten doen.

Een pijpesteel is overigens de lange dunne steel van een klassieke Goudse pijp. Met het gezegde ‘het regent pijpenstelen’ bedoelen we daarom dat de regen in lange dunne strepen uit de lucht valt. Die lange dunne strepen laten we in de foto’s natuurlijk terugkomen.

Deze foto

We hebben voor dit artikel een foto van een fotomodel in onze studio gemaakt voor een zwarte achtergrond. Deze foto gebruiken we als uitgangspunt (zie afb 1). Daarmee gaan we in Photoshop aan de slag.

Let wel op, hoewel het droog is in de studio, moet het geheel straks natuurlijk wel realistisch worden. Kies daarom bij voorkeur voor nat gemaakt haar of strak opgebonden haar. Het klopt natuurlijk niet om naar een model te kijken die in een stevige regenbui staat met droge haren.

Hetzelfde geldt ook voor de kleding. Nat maken is een optie, maar je kunt ook kiezen voor kleding die in werkelijkheid tegen water kan, zoals op onze foto, of natuurlijk voor naakt. Wil je dit allemaal niet, overweeg dan iets als een paraplu, een hoed of een krant mee te fotograferen die het model boven het hoofd houdt.

De nabewerking

In dit artikel behandelen we twee verschillende manieren om regen te suggereren. Ze lijken sterk op elkaar. Het belangrijkste verschil tussen deze methoden is hoe we aan het uitgangspunt komen voor de te maken regendruppels. We gebruiken in deze twee manieren een aantal handigheidjes die je ook in de andere methode kunt gebruiken. Maar we beginnen steeds met witte vlekjes. Kies zelf welke methode en trucjes jij hier het liefste voor zou willen gebruiken.

De Mezzotint Methode

  1. Voeg een transparante layer boven de layer met het model toe
  2. Vul deze layer met zwart (Edit > Fill)
  3. Filter > Pixelate > Mezzotint
    • Type: Coarse Dots
  4. Select > Color Range
    • Fuziness: 200
    • Klik met de muis op een wit stukje
  5. Ctrl+J, je hebt nu een transparante layer gekregen met witte vlekken er op.
  6. Verwijder de eerder gemaakte zwarte layer met witte stippen
  7. Maak met Ctrl+J van de layer met de witte vlekken twee extra kopieën
  8. Activeer een van de drie layers met witte vlekken en schakel de andere twee nog even uit
  9. Filter > Blur Gallery > Path Blur
    • Vorm een of meerdere ‘paths’ welke de richting en de lengte van de regendruppels weergeeft. Een uitgerekte S-vorm doet het daarbij goed.
  10. Schakel deze layer even uit en activeer nu de tweede layer met witte stippen
  11. Edit > Transform > Flip Horizontal
  12. Pas stap 9 op deze layer toe
  13. Schakel ook deze layer even uit en activeer nu de derde layer met witte stippen
  14. Edit > Transform > Flip Vertical
  15. Pas stap 9 toe op deze layer
  16. Schakel alle regenlayers in
  17. Bepaal met Opacity de ‘zichtbaarheid’ van de afzonderlijke lagen
  18. Gebruik Edit > Transform > Scale om eventueel een verschil in grootte tussen de regeldruppels te maken
  19. Door de regenlayers voor of achter het onderwerp te plaatsen (gebruik een mask), kun je bepalen dat de wat grotere druppels voor, en de wat kleinere druppels achter het model lijken te vallen.
  20. Blur de regenlayers die minder scherp zouden moeten zijn omdat ze zich verder van het focuspunt bevinden.

Afb 3 is met deze methode gemaakt

 De Noise Methode 

  1. Voeg een transparante layer (de ‘regenlayer’) boven de layer met het model toe
  2. Vul deze layer met zwart (Edit > Fill)
  3. Filter > Noise > Add Noise
    • 150
    • Uniform
    • Monochromatic
  4. Edit > Transform > Scale
    • Wijzig in de toolbar W: 100% naar een hogere waarde zodat de witte vlekken goed zichtbaar worden
  5. Converteer de regenlayer naar een SmartObject
  6. Wijzig de Blend Mode naar Screen
  7. Maak met Ctrl+J twee kopieën van de regenlayer, schakel er twee uit
  8. Selecteer de zichtbare regenlayer
  9. Filter > Blur Gallery > Path Blur
    • Vorm een of meerdere ‘paths’ welke de richting en de lengte van de regendruppels weergeeft
  10. Plaats een Levels Adjustment Layer boven de regenlayer en clip die daar aan vast (Ctrl+Alt+G)
  11. Versleep het driehoekje helemaal links onder de grafiek in het Levels venster naar rechts. Hiermee bepaal je het aantal regendruppels (zie afb 4).
  12. Schakel deze layer uit
  13. Herhaal stap 8 t/m 11 met de overige twee regenlayers. Wijzig vooraf steeds iets aan de regenlayer zodat ze niet exact hetzelfde zijn, bijvoorbeeld door ze te spiegelen.
  14. Schakel alle regenlayers in.
  15. Door de regenlayers voor of achter het onderwerp te plaatsen (gebruik een mask), kun je bepalen dat de wat grotere druppels voor, en de wat kleinere druppels achter het model lijken te vallen.
  16. Blur de regenlayers die minder scherp zouden moeten zijn omdat ze zich verder van het focuspunt bevinden.

 Afb 5 is met deze methode gemaakt

 TIPS:

  • Vanzelfsprekend kun je bij deze methoden ook Motion Blur gebruiken in plaats van Path Blur. Motion Blur levert echter altijd rechte pijenstelen op, Path Blur pijpenstelen die door de wind uit de richting worden gedreven. Daarom geeft dit laatste vaak een iets realistischer effect mits je de te volgen paths niet te extreem maakt.
  • Met de Path Blur filter kun je meerdere ‘pijlen’ plaatsen zodat je daarmee op verschillende plaatsen in de afbeelding een verandering van richting van de regendruppels kunt bewerkstelligen.
  • Bij Path Blur geldt dat hoe langer je de pijl maakt, hoe langer de regendruppels worden.
  • Experimenteer eens met kleuren door de regeldruppels een andere kleur te geven.
  • Het voordeel van het omzetten van een layer naar een SmartObject (zoals we in de tweede methode doen) is dat je achteraf zaken zoals de Path Blur nog kunt wijzigen. Doe je dit niet, zoals we bij de eerste methode doen, dan kun je dit achteraf niet meer doen.
  • Nog realistischer maken? Wanneer het hard regent spat het water weer op. Maar bij de technieken zoals beschreven in dit artikel valt de regen slechts naar beneden. Lees daarom voor opspattende regen dit artikel!
Afb 1: De uitgangsfoto
Afb 2: Maak een of meerdere 'paths' voor de lengte en richting van de druppels
Ab 3: Gebruik Blur en Opacity voor het beste resultaat
Afb 4: Versleep het blokje onder de Levels grafiek naar rechts
Afb 5: Met een mask vallen regendruppels achter en voor het model