TTL technologie

Met TTL (through the lens) berekent de camera hoe sterk (lees hoe lang) het flitslicht moet duren zodat je altijd de juiste belichting krijgt.

TTL bestond al in het analoge (film) tijdperk. Het werd door Nikon geintroduceerd in de jaren '80. Het basisprincipe van TTL is eenvoudig: Als de sluiter van de camera open gaat, wordt het flitslicht aangezet. Het terugkaatsende licht komt door de lens in de camera en wordt op de sensor gemeten. Is er voldoende licht, dan krijgt de flitser opdracht om te stoppen met het verder versturen van licht.

Bij E-TTL (Canon) of iTTL (Nikon), welke beschouwd kunnen worden als de evolutie op TTL, wordt er eerst een voorflits afgevuurd. Dit biedt de mogelijkheid voorafgaande aan de opname om het teruggekaatste licht op een bepaald deel te analyseren. Met een spot of matrix meetmethode bepaalt dit bijvoorbeeld of alleen gelet moet worden op een klein 'plekje' in de gehele opname, of op een groter en uitgebalanceerd geheel. deze technologie heeft de kwaliteit en de juiste belichting van foto's door TTL aanzienlijk verruimd en verbeterd. Het nadeel van deze methodes is wel dat er eerst een voorflits wordt afgevuurd. Dit kan andere flitsers, die bijvoorbeeld op basis van SU-4 worden aangestuurd, vroegtijdig afvuren.

Het doel van TTL is om op deze wijze over- of onderbelichting te voorkomen. Het nadeel van de klassieke TTL is dat het dus uitgaat van de belichting van het gehele plaatje, met E-TTL of iTTL bieden de wat nieuwere en complexere camera's daarom wel meer mogelijkheden.

TTL is gemaakt om het leven van fotografen gemakkelijker te maken. Maar net als met allerlei andere automatische instellingen binnen de fotografie is het soms maar de vraag of dit gemakkelijker maken het ook beter maakt. Daar waar men af wil stappen van de standaard instellingen van de belichting van flitsers, moet men toch echt overstappen op handmatige instellingen.