Een goede foto

Wat een foto goed maakt, is lastig om te zeggen. Maar er is wel degelijk iets over te vertellen!

Een suggestie

Een foto met een fotomodel er op, is uiteindelijk niets anders dan een platte afbeelding die een suggestie opwekt. Bijvoorbeeld de suggestie dat er diepte zou zijn (de foto blijft echter “plat”), dat er beweging te zien is (de foto staat echter stil), etc.. Een foto met een fotomodel is een afbeelding die niets anders doet dan je laten denken dat je naar een mens kijkt die zich in een bepaalde situatie bevindt en daar op een bepaalde manier op reageert (interacteert). Het is dus slechts een suggestie.

De fotograaf zorgt er in samenwerking met het fotomodel voor dat de persoon die naar de foto kijkt, we zullen deze vanaf nu de “kijker” noemen, iets voelt wanneer hij naar de foto kijkt. Dat iets kan bewondering of verwondering zijn, maar ook verlangen, afschuw of zelfs pijn. Wat het ook is, als een foto de kijker niets doet, dan mist de foto zijn doel.

De fotograaf heeft met de kijker een bepaald type mens voor ogen. De kijker behoort dus tot een bepaalde doelgroep. Kijkers in het tijdschrift Elle zijn andere kijkers dan kijkers in het tijdschrift voor de paardensport. De fotograaf probeert niet alle kijkers “in beweging” te brengen. Dat lukt namelijk helemaal niet. Iedere doelgroep heeft immers zijn eigen behoeften.

Hij richt zich daarom op een specifieke doelgroep. Een fotograaf zal hierom een andere foto van hetzelfde fotomodel moeten maken als hij haar voor Cosmopolitan fotografeert, als dat hij haar voor het tijdschrift de Libelle op de gevoelige plaat zal zetten.

Het is daarom dus goed om te weten wie naar de foto moet gaan kijken. Tijdens het maken van die foto moet je die persoon (die doelgroep) steeds in gedachten blijven houden. Een foto is immers niet goed “op zichzelf” maar alleen goed voor een bepaalde kijker.

Naast dat het essentieel is om te weten wie naar de foto moet gaan kijken, is het ook belangrijk om te weten hoe iemand naar een foto kijkt. De meeste westerse mensen starten met het bekijken van een foto van links (en volgens onderzoek vooral van linksonder) van de foto, en gaan dan op zoek naar het meest lichte deel van de foto, als de foto verder overwegend donker is. Op donkere foto’s zoekt men de lichte plekken op.

Wie deze wetenschap kent, zal begrijpen dat fotografen de belangrijkste thema’s juist op de lichtere of donkere plekken in de foto zullen proberen te plaatsen. Dit is niet iets nieuws. Rembrandt schilderde rond 1640 de Nachtwacht. Je kunt daarop goed zien hoe hij met licht de aandacht vestigde op bepaalde delen van het schilderij. Grappig is het om te weten dat door de verkleuring van de vernislaag op de Nachtwacht, de donkere delen nog donkerder werden en hierdoor het verschil tussen licht en donker verder versterkt werd. Daarom vallen het meisje en een van de schutters nu wel heel erg op. In deze mate was dat niet de opzet van Rembrandt.

Het donkerder worden van dit schilderij leverde hem overigens de  “bijnaam” de Nachtwacht op. Rembrandt heeft het schilderij zelf “De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh” genoemd . De oorspronkelijke afbeelding laat dus geen burgerwacht zien die ‘s nachts op pad ís, maar het speelt zich gewoon overdag af.

Inkomende lijnen

Zijn er in de foto lijnen opgenomen, dan kunnen die een rol spelen met het “scannen” van de foto door de kijker. We noemen dit inkomende lijnen. Deze lijn wijzen als het ware de ogen de weg door de foto. Vaak zul je zien dat inkomende lijnen links, en meestal van linksonder, starten. De blik van de kijker komt links het scherm in, vindt de lijn en de lijn leidt hem naar het thema. 

Ook dit is niet iets wat in de fotografie uitgevonden is. Egyptische beeldhouwers lieten al meer dan 3000 jaar geleden zien dat het slim aanbrengen van een lijnenspel een positief effect kon hebben op het leiden van de blik.

Elementen in de foto die het scannen van de ogen tegenwerken, moet de fotograaf zien te verwijderen. Zeker wanneer deze negatief bijdragen aan het vinden van de hoofdthema’s. Stel je een foto voor waarbij je een vlieger zou willen tonen (“verkopen”). Het fotomodel staat links op de foto en heeft het touwtje van de vlieger vast die boven haar in de lucht zweeft. Het model kijkt recht in de camera. Door deze pose word je niet verleid als kijker om naar de vlieger te kijken. Kijkt het model echter naar de vlieger, dan werkt het fotomodel mee aan het kijken van de kijker naar de vlieger. En nu net dit is een van de kenmerken van een goed fotomodel: snappen waar het om gaat en meewerken dat te bereiken!

Dat dit werkt kun je goed zien aan reclame foto’s. Kijk naar de linker foto in de banner van dit artikel. Het jongetje houdt een snoepje vast. De foto gaat niet over het jongetje, maar over het snoepje, hoe klein dat ook is. De ogen komen linksonder het scherm in en worden door de lichter gekleurde ellenboog van het jongetje naar de hand geleid die op zijn beurt weer naar het snoepje wijst. De andere hand houdt het snoepje in de toppen van de vingers omhoog. Deze hand wijst dus eigenlijk ook naar het snoepje, net als de onderarm er onder. De ellenboog en handen vormen dus inkomende lijnen naar het snoepje toe.

Hoewel de ogen van het fotomodel niet naar het snoepje kijken (gevaarlijk, dit zou blokkerend kunnen werken!) is dat in deze foto toch opzettelijk gedaan. De ogen treden hier niet op als blokkades voor de flow in de foto. Dat komt omdat de ogen dichtgeknepen zijn tot kleine spleetjes. De pret in het gezicht in combinatie met de wijzende hand versterken juist het hoofdthema. Dit omdat het snoepje blijkbaar pret oplevert. Het model trekt je met zijn ogen als het ware de foto in, hij communiceert met de kijker. Hij lacht hem toe wijst leidt hem naar dat waar het allemaal om gaat.

Ook het blauw van het T-shirt is bewust gekozen. Het is effen om niet als afleider (mogelijke blokkade!) te werken, en het versterkt in dit geval door zijn kleur de aanwezigheid van het kleine snoepje omdat dit dezelfde kleur heeft. De achtergrond is natuurlijk leeg en wit gehouden. Er is niets in deze foto wat daardoor de aandacht van het snoepje afbuigt.

Er is een eenvoudige test om te controleren of wat we bedacht hadden, onder verschillende omstandigheden nog steeds werkt. Draai de foto hiervoor om (zie de rechter foto), en kijk of je dan toch opnieuw bij het snoepje uitkomt. Ondanks dat bepaalde elementen er niet meer aan kunnen bijdragen (de ellenboog is nu niet meer van de linkerhoek een inkomende lijn), worden we ook in deze foto nog steeds naar het snoepje geleid. Als dit zo is, dan mag je concluderen dat de foto goed werkt en we noemen hem dan “sterk”.

TIP: Trek in reclamefoto’s eens lijnen van de ogen van het fotomodel naar de plek waar ze naar kijken. Je zult versteld staan van de resultaten van dit simpele onderzoek. Vaak kijken ze namelijk richting het logo of het product dat moet worden verkocht. Simpel en logisch als je het weet. En het werkt ook nog!

Beeld vasthouden

Natuurlijk wil je het oog niet alleen ergens heen leiden, je wilt het er ook houden. Voor reclame foto’s is dat erg duidelijk. Je moet als kijker bij voorkeur blijven kijken naar het product of het logo. Maar waar moet het oog stoppen met het scannen van de foto als het naar een portretfoto kijkt? Bedenk dat het bewust creëren van een pad voor de ogen van de kijker naar het hoofdthema in de foto vanaf de invalshoek een echte kunst is, maar dat je er daarmee nog niet bent. Het hoofdthema moet in zich hebben dat je er naar wilt blijven kijken en dat de rest er omheen je daar steeds weer naar toe leidt, ook als je even af zou dwalen. Ook hier moeten we natuurlijk herhalen dat het doel van de foto heel bewust moet worden gekozen en voor zowel het fotomodel als voor de fotograaf helder moet zijn, wil je tot een echt goed resultaat komen!

Beoordeling van foto’s

Een foto die sterk is, hoeft nog niet goed te zijn. Een sterke foto kent een duidelijk motief, beschikt over een goede flow en bevat weinig tot geen blokkades. Het is daardoor duidelijk wat men wil laten zien of wat men wil vertellen met de foto. Maar een foto kan technisch nog steeds slecht zijn. De schaduwen kunnen bijvoorbeeld teveel overheersen, de foto kan niet op de juiste plek scherp zijn, de foto kan te donker of te licht zijn, en de kleuren kunnen niet goed overkomen.

Fotomodellen spreken vaak over slechte foto’s als ze bedoelen dat ze vinden dat ze er zelf niet goed op staan. Fotografen spreken van slechte foto’s als de foto’s technisch niet goed zijn. Dit leidt bij met name amateur fotografen en amateur fotomodellen nog wel eens tot misverstanden. Als de fotograaf zegt dat de foto niet goed is, dan denkt het model wel eens dat ze bijvoorbeeld haar ogen dicht had. Een fotomodel dat vindt dat ze er niet goed op staat en zegt dat de foto slecht is, bewerkstelligt soms dat de fotograaf gaat denken dat hij iets technisch niet goed heeft gedaan. Het is daarom voor beide personen beter om niet over goed en fout te spreken, maar om het probleem aan te geven. Een fotograaf die zegt dat “de foto niet goed scherp is” werpt veel meer duidelijkheid op de zaak dan een fotograaf die zegt dat “de foto slecht is”. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een fotomodel. Als ze zegt dat ze van mening is dat ze er op een bepaalde foto wat dik overkomt, is alle onduidelijkheid voor de fotograaf meteen weggenomen.

Welke criteria hanteer je?

Wanneer mag je eigenlijk tevreden over een foto zijn? Wij denken dat dit eenvoudig is. Voordat de foto genomen werd, werd er namelijk een doel gesteld. Dat doel werd als het goed is gezamenlijk besproken en de fotograaf en het fotomodel waren het er over eens. Hoe beter dat doel bereikt werd, hoe meer tevreden je over een foto kunt en mag zijn.

Dit wil echter nog niet zeggen dat je die foto altijd bewaard of uitgewerkt in canvas aan de muur zult willen hangen. Achteraf kun je immers gemakkelijk tot de conclusie komen dat het idee prima is uitgevoerd, de doelen bereikt, maar dat het idee toch niet zo goed bleek te zijn. Fotografie bestaat bij de gratie van experimenteren. Wen er maar aan dat de meeste foto’s worden weggegooid. Maar een paar kunnen de toets van de criteria echt goed doorstaan.