Blend If

Soms moet je in een tutorial de ‘Blend If’ functie gebruiken en kunnen we hooguit de instructies volgen, niet wetende wat we precies aan het doen zijn. Na dit artikel gelezen te hebben is dat gelukkig voorbij!

Blending

Laten we eerst even ingaan op Blenden, want wat is dat eigenlijk? Blending betekent mengen, vloeien of overvloeien. Wanneer we in Photoshop een afbeelding met een andere afbeelding Blenden, dan mengen we die dus met elkaar.

Om dit te kunnen doen plaats je twee afbeeldingen in afzonderlijke layers boven elkaar. Voor de bovenste layer stel je de Blend Mode in. Die wil je immers mengen met de layer daaronder. Er staat altijd een Blend Mode ingeschakeld. Staat de Blend Mode op Normal, wat de standaard is, dan wordt bij het mengen de layer 'normaal' getoond. Je zult daarom in dat geval (delen van) de bovenste afbeelding (hier de kerk) gewoon op de onderste (hier het gezicht) kunnen zien liggen (zie afb 1).

Maar wijzig je Normal naar bijvoorbeeld de Blend Mode Darken, dan worden de grijswaarden van de pixels die zich recht boven elkaar in de twee layers bevinden met elkaar vergeleken. De kleur met de hoogste grijswaarde wordt daarbij als resultaat teruggegeven. De lichtere kleur van de andere pixel wordt hierdoor genegeerd. Je zou kunnen zeggen dat bij deze Blend Mode de donkere pixels het winnen van de lichtere.

Uiteindelijk krijg je door de Blend Mode Darken te gebruiken daarom een afbeelding te zien die tot stand is gekomen door de pixels van de twee betrokken layers te vergelijken en waarvan de uiteindelijke kleur voor de pixel gekozen wordt door de kleur te kiezen van de layer die daar de hoogste grijswaarde had (zie afb 2). Een heel ander resultaat dus als bij de Blend Mode Normal waarbij je dan alleen de pixels van de bovenste laag zult zien. 

Als voorbeeldje hebben we hier twee afbeeldingen gebruikt die beide zwart-wit zijn. Hierdoor kun je de grijswaarde gemakkelijker zien en beter begrijpen hoe het Blenden precies werkt. Je kunt echter gewoon met kleuren werken. Gekleurde pixels beschikken immers net zo goed over een bepaalde helderheid (grijswaarde). Iedere Blend Mode kent zijn eigen manier van mengen. In het artikel ‘Blend Modes’ kun je daar meer over lezen.

Onder voorwaarden

Als je een afbeelding hebt van een landschap met een heldere lucht daarboven en je alleen een andere afbeelding zou willen mengen in het gebied van die heldere lucht, bijvoorbeeld om er een andere lucht in te plaatsen, dan zul je met een masker aan de slag moeten gaan. Vaak zal dat wel lukken, maar het kan ook een onbegonnen zaak worden. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om gaatjes in een hek waardoor je misschien wel vierhonderd delen heel nauwkeurig moet maskeren of wanneer er veel bladeren te zien zijn op de foto waardoor het maskeren een enorme klus zou worden.

Het zou daarom handig zijn wanneer je kunt Blenden onder voorwaarden zoals je dat met Luminosity Masking doet. En nu net dat wordt gedaan met de Blend If functie! Het komt immers regelmatig voor dat je twee layers met elkaar wilt kunnen mengen, maar alleen daar waar voldaan wordt aan bepaalde helderheidsvoorwaarden. En nu net daarvoor is de Blend If functie ontwikkeld!

Een voorbeeldje

In afb 3 zie je dat we een Gradient van zwart naar wit hebben gemaakt. Deze bevindt zich boven een layer met het eerder gebruikte portret. Zetten we van deze Gradient layer de Blend Mode op Darken, dan krijgen we afb 4. Logisch, de donkere pixels winnen het immers van de lichtere en links van de afbeelding is de Gradient layer het donkerst, rechts de portret layer.

Wat we nu willen bereiken is dat het moment dat de pixels met elkaar worden vergeleken alleen maar plaatsvindt vanaf een bepaalde helderheid. Heeft de pixel van de Gradient layer deze helderheid nog niet bereikt, dan moet hij genegeerd worden en ‘wint’ dus de pixel van de portret layer het. Populair gezegd: Blending mag alleen plaatsvinden vanaf een bepaalde helderheid, bij donkere pixels moet hij niet mengen.

Om dit te bereiken hebben we de Blending Options opgeroepen (Layer > Layer Style > Blending Options) en in dat venster onder ‘This Layer’ het startpunt verlegd van 0 (zwart) naar 25. In afb 5 zien we deze instelling en het resultaat daarvan in de afbeelding terug.

We hebben hiermee dus bepaald wanneer het blenden moet starten (vanaf welke helderheid). Zijn pixels donkerder, dan moet hij daar niets mee doen, dus daar laat hij de bovenste Gradient Layer niet zien. Vanzelfsprekend kan ook het moment worden ingesteld waarop het blenden moet stoppen (tot welke helderheid het moet doorgaan). Daarvoor verschuif je het rechtse witte schuifje naar links.

Onderste layer

Je kunt deze instellingen dus opgeven voor de bovenste layer, maar ook voor de onderste layer door de schuifjes onder de onderste balk (“Underlaying Layer”) te verschuiven.

In afb 6 zie je wat er gebeurt wanneer we de instelling voor die balk zo aanpassen dat het witte blokje van 255 naar 115 wordt verschoven. Hierdoor geldt dat wanneer de helderheid van een pixel op de portret layer zich boven de 115 bevindt, er niets mag gebeuren en de pixel van de portret layer op dat moment daardoor altijd de voorkeur krijgt.

Combinaties en verloop

Doordat je de instellingen van ‘This Layer’ en de ‘Underlaying Layer’ kunt combineren, ontstaan er talloze mogelijkheden om het Blenden alleen onder bepaalde voorwaarden te laten plaatsvinden. Maar daar stopt het niet, er is meer!

Je zag dat als je een waarde opgeeft door het linker schuifje wat naar rechts te bewegen, er een abrupt moment ontstaat wanneer de blending wel en niet wordt toegepast. Logisch, want je zegt hiermee immers dat moet worden gemengd vanaf een bepaalde helderheid. Onder die waarde gebeurt er niets. Een abrupte grens dus.

In afb 5 resulteert dat in het zichtbaar worden van een donkere balk met pixels die over een grijswaarde van 25 beschikken. Verder naar rechts wordt de balk natuurlijk lichter omdat het hier een Gradient betreft en de Gradient lichter wordt.

Het zou prettig zijn wanneer we de start, of het einde, van de Blending niet zo abrupt konden laten verlopen maar meer geleidelijk, en dat kan! De schuifjes die tot nu toe verplaatst werden, bestaan namelijk uit twee delen. Door Alt ingedrukt te houden kunnen die delen met de muis uit elkaar worden getrokken.

Het linker en rechter stukje van het schuifje bepalen samen het gebied waarin het blenden langzamerhand steeds meer zal plaatsvinden. Staat het rechterdeel heel dichtbij het linkerdeel, dan betekent dit dat het verloop dus klein is en relatief abrupt plaatsvindt. Hoe verder het rechterdeel verwijderd is van het linkerdeel, hoe groter het verloop en hoe geleidelijker het Blenden optreedt.

In afb 7 zien we dit terug. Hier is onder ‘This Layer’ een start bij 10 ingesteld, en het einde bij 90. Hierdoor zien we geen donkere streep meer zoals bij afb 5 en vindt het mengen veel gelijkmatiger plaats.

Kleuren

In het venster waarin we de instellingen tot nu opgaven, zag je dat achter ‘Blend If:’ het woord Gray was gekozen. Logisch, we keken immers naar de helderheid van de pixels en die wordt door de grijswaarde aangegeven.

Dit venster biedt echter ook de mogelijkheid om de Blend If functie alleen in te stellen voor een bepaalde kleur. De functie gebruikt bij het kiezen van een kleur de Channel informatie van die kleur. Concreet betekent dit dat wanneer je bij deze optie voor bijvoorbeeld Red kiest, Photoshop alleen pixels van een bepaalde helderheid en van een kleur waarin rood voorkomt zal blenden. De rest laat hij ongemoeid.

Dit is een handige optie voor het geval je bijvoorbeeld een blauwe lucht wilt vervangen voor een andere lucht en dit blauw alleen in de lucht voorkomt. Je hoeft dan geen masker te gebruiken, je hoeft alleen maar Blend If te gebruiken wat in dat geval natuurlijk veel gemakkelijker is!

Praktisch voorbeeld

In afbeelding 8 zien we een layer met daarin een foto van de branding op een strand. Daarboven hebben we een text layer geplaatst met het woord ‘water’ er in. Nu gaan we deze twee met elkaar blenden.

In de Blending Options van de text layer geven we onder ‘Underlaying Layer’ op dat we beginnen bij een helderheid van 0 (dus alles wat donkerder is op de tekst layer dan op de branding layer moet zichtbaar worden) maar dat dit moet stoppen bij 178 en dat we daar met een verloop vanaf 108 naar toe werken. Dit betekent dat lichtere delen vanaf 108 steeds beter zichtbaar zullen worden totdat 178 is bereikt want vanaf daar zullen ze 100% zichtbaar zijn.

Door deze opties zo in te stellen ontstaat afb 9. De suggestie wordt hierdoor gewekt dat de letters zich gedeeltelijk onder water bevinden. Zo eenvoudig gaat dat!

En dit voorbeeld toont ook meteen iets anders aan: je kunt de Blend If functie niet alleen gebruiken met afbeeldingslayers, maar ook met text layers. En ook daar stopt het niet bij. Dit werkt namelijk ook bij Adjustment Layers. Zou je daarom de witte toppen van de golven rood willen maken dan plaats je een Hue/Saturation Adjustment Layer boven de branding, vink je Colorize aan en kies je de gewenste kleur rood. Daarna gebruik je de Blend If functie om alleen het helderste deel van de 'Underlaying Layer' door de Hue/Saturation Adjustment Layer te laten beïnvloeden. 

 

 

 

 

 

Afb 1: Twee afbeeldingen op elkaar zonder Blending
Afb 2: De Blend Mode Darken gebruikt
Afb 3: Een Gradient Layer boven het portret
Afb 4: Opnieuw de Blend Mode Darken gebruikt
Afb 5: Pas na een bepaalde helderheid Blenden
Afb 6: Je kunt ook de 'Underlaying Layer' voor instellingen gebruiken
Afb 7: Geleidelijk Blenden door een verloop in te stellen
Afb 8: Een tekst boven een afbeelding met de branding van de zee
Afb 9: Blend If zorgt voor de gewenste suggestie