Vibrance versus Saturation

In Photoshop kom je instellingen tegen voor zowel Vibrance als Saturation. Die lijken vaak hetzelfde te doen, maar ze gaan anders te werk. Wat is nu precies het verschil?

Kleurverzadiging

Wanneer we gaan praten over Vibrance of over Saturation, dan moeten we het eerst hebben over kleurverzadiging. Kleurverzadiging is, eenvoudig gesteld, niets anders dan de intensiteit van een kleur.

Als je een gekleurde pixel hebt met een lage kleurverzadiging, dan zal deze er bleek uitzien. Bleek blauw, bleek rood, of welke bleke kleur dan ook. Naarmate de verzadiging toeneemt (er minder grijs in zit), lijkt de kleur van de pixel ‘zuiverder’ te worden.

Bij een hogere kleurverzadiging wordt een kleur dus steeds minder bleek en daardoor steeds meer puur blauw of puur rood. Een pixel beschikt daarom naast een kleur ook altijd over een bepaalde kleurverzadiging.

Een sterk kleurverzadigde afbeelding heeft rijke, volle en heldere kleuren, terwijl een afbeelding met een lage kleurverzadiging wat weg heeft van een grijze, mistige afbeelding. Maar, zoals altijd, de meest realistische kleuren bevinden zich meestal ergens tussen de uitersten in.

Wat doen Vibrance en Saturation?

Met Vibrance en Saturation verander je de kleurverzadiging van de pixels in een afbeelding. Als de kleuren van een foto wat te bleek zijn, kun je ze hiermee wat minder bleek maken.

Verhoog je de kleurverzadiging naar een te hoge waarde, dan worden de kleuren onnatuurlijk en maak je van een foto een soort surrealistisch plaatje. Verlaag je de kleurverzadiging, dan haal je steeds meer kleur uit de foto weg en houd je uiteindelijk een grijze afbeelding over.

Het verschil

Hoewel Vibrance en Saturation beide invloed op de kleurverzadiging van pixels uitoefenen, kan hun effect heel anders zijn. Door de waarde voor de Saturation te wijzigen, doe je dat voor alle pixels in de afbeelding tegelijkertijd en in dezelfde mate. Door Saturation te wijzigen wijzig je dus de gehele kleurverzadiging van alle pixels en daarmee van de gehele foto. Je wijzigt de Saturation van een foto daarom als je vindt dat de foto te flets (dof) is of dat de kleuren van de foto juist te sterk naar voren komen. 

Ook met Vibrance pas je de kleurverzadiging aan, maar Vibrance maakt daarbij wel een verschil in welke mate hij dat per pixel doet. Vibrance houdt namelijk rekening met de al aanwezige kleurverzadiging per pixel. Op basis van deze waarde zal hij de kleurverzadiging meer of minder aanpassen. 

Stel we verhogen de waarde voor Vibrance en Vibrance vindt twee pixels van een verschillende kleurverzadiging. In dat geval zal hij de kleurverzadiging van de pixel met de laagste waarde voor de kleurverzadiging meer verhogen dan die van de pixel met de hogere kleurverzadiging. Hij brengt de kleurverzadigingen van deze pixels daardoor 'dichter bij elkaar'. 

Door dit verschil zal een afbeelding waarvan de Vibrance naar beneden wordt gebracht minder snel alle kleuren geheel grijs maken dan dat dit bij Saturation zal gebeuren. Door Vibrance te gebruiken worden de al minder verzadigde kleuren immers min of meer met rust gelaten. Andersom, door de Vibrance te verhogen, worden vooral de minder verzadigde kleuren sterker "kleurverzadigd".

Wanneer Vibrance?

Vibrance gebruik je wanneer je een foto wat levendiger wilt maken zonder dat de al sterker kleurverzadigde pixels sterk worden aangepast. Hierdoor trek je met Vibrance vooral de minder kleurverzadigde kleuren op. Omdat Saturation de verandering voor alle pixels op dezelfde manier doorvoert, heeft het effect op de totale verzadiging van de foto en niet alleen op het deel van de pixels dat over minder kleurverzadiging beschikt. Door Vibrance te gebruiken heb je daarom een grotere kans dat de foto realistisch gekleurd blijft. Gebruik je Saturation, dan zul je merken dat je al snel een aantal onrealistische kleuren gaat krijgen.

Saturation gebruik je dus om de gehele foto van meer of minder kleurverzadiging te voorzien, Vibrance om een deel van de pixels qua kleurverzadiging aan te passen. Vandaar ook de namen die aan deze functies gegeven zijn. Vibrance betekent immers levendigheid en Saturation kun je vertalen met verzadiging.

Het effect

Door met Saturation te werken krijg je, wanneer je voor de wat grotere waarden kiest, dus sneller een surrealistisch beeld. Bij Vibrance heb je dat minder snel. Daarom zal een wijziging uitgevoerd met Vibrance vaker een realistisch en min of meer natuurgetrouw effect opleveren dan dat je dat met Saturation zult krijgen. 

Omdat door het gebruik van Vibrance de reeds verzadigde kleuren niet sterk worden aangepast, verhoog je met Vibrance vooral de helderheid van de doffere kleuren in de afbeelding. Als je juist andere kleuren zou willen aanpassen, dan gaat dat minder goed en kun je beter met Saturation aan de slag gaan. Vergeet niet dat zowel Vibrance als Saturation op een niet-destructieve wijze middels Adjustment Layers toegepast kunnen worden en dat deze Adjustment Layers ook voorzien zijn van masks zodat je, daar waar nodig en/of gewenst, het effect plaatselijk kunt laten toepassen of juist kunt tegenhouden.

Een paar voorbeelden

Laten we dit eens bekijken met een voorbeeldje. In afb 1 zien we een vakantiefoto waarop twee jongens in een zwembad aan het volleyballen zijn. Het water van het zwembad pakt op de foto bleker uit dan dat het in werkelijkheid was. We kunnen dit nu aanpassen door met Vibrance of met Saturation de waarde voor de kleurverzadiging te veranderen. Om dat te kunnen kunnen doen hebben we boven de foto een Vibrance Adjustment Layer geplaatst. Daarin bevinden zich schuifregelaars voor zowel de Saturation als voor de Vibrance.

In afb 2 is de Saturation even ver omhoog gebracht als de Vibrance in afb 3. Maar omdat in afb 2 door Saturation alle kleuren qua kleurverzadiging met dezelfde waarde verhoogd zijn, worden bepaalde kleuren, zoals die van de rand van het zwembad en de huid van de volleybal spelende jongens, onnatuurlijk van kleur. Maar kijk je naar afb 3 dan zie je dat dit door het gebruik van Vibrance veel minder het geval is, terwijl het water wel blauwer is geworden.

Toch zien we dat het water in afb 3 niet zo helder blauw is geworden als het water in afb 2. Dit komt omdat Photoshop blijkbaar maar een deel van de pixels waarmee het water wordt getoond heeft gekwalificeerd als van een lagere kleurverzadiging. Daarom heeft Photoshop slechts een deel van deze "waterpixels" van een hogere kleurverzadiging voorzien. Dat bleek terecht. Het water zag er in werkelijkheid namelijk ook uit zoals op afb 3, de waterkleur in afb 2 is onrealistisch.

Naar een monochrome afbeelding

We willen nu een foto naar een zwart-wit foto omzetten. Hiervoor moeten we alle kleur uit de opname weghalen. In afb 4 hebben we drie stroken aangebracht. De eerste strook (A) bestaat uit een deel van de afbeelding waarvan de Saturation naar -100 (de meest extreme negatieve waarde) is gebracht. We zien dat dit inderdaad het gewenste monochrome grijze beeld oplevert.

Strook B laat de originele foto als referentie zien terwijl we voor strook C de Vibrance ook geheel naar -100 hebben teruggebracht. Wanneer we goed naar strook C kijken, zal opvallen dat strook C nog kleur bevat. In de struiken is nog steeds groen terug te vinden. Blijkbaar heeft Vibrance deze pixels met rust gelaten zodat we hiermee geen monochrome afbeelding konden maken, hetgeen bij Saturation wel het geval was.

Daarom, zou je een monochrome afbeelding willen maken, gebruik dan geen Vibrance maar Saturation.

Welke is beter?

Deze vraag is, aan de einde van dit artikel gekomen, een beetje een vreemde vraag geworden. De een is natuurlijk niet beter dan het andere, ze zijn gewoon anders en hebben ieder zo hun toepassingsgebieden.

Wil je een foto iets levendiger maken maar realistisch houden, gebruik dan Vibrance, wil je een foto monochroom maken of het geheel een beetje oppompen of qua kleur afzwakken, gebruik dan Saturation. En, in sommige gevallen, kun je je voorstellen dat je zelfs beide tegelijkertijd gebruikt. Waarschijnlijk in combinatie met masks om bepaalde delen van een afbeelding van meer of juist van minder kleurverzadiging te kunnen voorzien.

 

 

Afb 1: Het water valt wat 'bleek' uit
Afb 2: De gehele kleurverzadiging is toegenomen
Afb 3: Het water is minder bleek terwijl de rest realistisch gekleurd blijft
Afb 4: Soms is Vibrance handiger, soms Saturation