Sportfotografie

Sportfotografie richt zich op het bevriezen van ‘het moment’ tijdens sportactiviteiten. Een stijl van fotograferen waarbij timing, inzicht en fototechniek centraal staan.

Zowel in de topsport als tijdens het voetbalwedstrijdje E13 tegen E11 ontstaan er momenten die het verdienen om vastgelegd te worden. Maar wanneer je mensen vraagt naar foto’s van hun vele wedstrijden gespeeld tijdens hun jeugd, dan moeten ze vaak tot hun spijt bekennen dat ze die niet hebben. Daarbij geven ze vaak aan dat ze dat erg jammer vinden.

De echte moeilijkheid van de sportfotografie is het op het juiste moment met de juiste instellingen ‘toeslaan’. In feite wordt sportfotografie daarmee zelf een sport. Met vaak hoge sluitertijden en een wat hogere ISO waarden wordt, en met bij voorkeur een camera die in “burst mode” (die het mogelijk maakt meerdere foto’s per seconde te maken) gezet is, liggen de sportfotografen met telelenzen in de aanslag te wachten op ‘het moment’.

Het spreekt haast vanzelf dat de sportfotograaf de sport moet kennen. Hij moet weten wat hij kan verwachten, hij moet het moment eigenlijk voorzien. Daarnaast moet hij de apparatuur die hij gebruikt heel goed kennen en beheersen.

Met behulp van ‘panning’ wordt de snelheid soms extra benadrukt. Om verticaal panning te voorkomen, gebruiken sportfotografen vaak statieven. Maar een statief plaatsen wordt niet altijd gewaardeerd door de overige tribune bewoners of het overige publiek op het veld. Je ziet dan ook vaker dat sportfotografen gebruik maken van een zogenaamde monopod om het beste van deze werelden te verenigen. Het vergt misschien enige oefening, maar al snel zullen de voordelen duidelijk worden als er mooie momentopnamen zijn vastgelegd.

Ook overdag maken sportfotografen soms gebruik van flitsers. Maar dat is niet altijd toegestaan. Het kan de sporters immers ook hinderen! In zalen en zwembaden ontstaan hierdoor vaak extra belemmeringen die, met wat gezond verstand, vaak goed op te lossen zijn.