Landschap fotograferen

Wat is landschapsfotografie?

Wanneer je een landschapsfoto bekijkt, krijg je soms het gevoel dat de wereld enorm groot is of juist heel klein en overzichtelijk. De meer traditionele landschapsfoto laat vaak een fraai stuk natuur zien, vanuit het gezichtspunt van een observant. Alsof hij een wandeling maakte, even stil ging staan om bij te komen en vanuit dat uitzichtpunt de omgeving bekeek. Het geeft een gevoel van vrijheid, het gevoel een onderdeel te zijn van een groter geheel.

Om die sfeer vast te houden zie je meestal maar weinig mensen op dergelijke landschapsfoto’s. De menselijke invloed wordt echter niet altijd gemeden. Een hek, straat, huis of een ruïne van een kasteel kunnen daarom zonder problemen deel uitmaken van de traditionele landschapsfoto zonder daar afbreuk aan te doen. Maar er zal altijd een stilte van uitgaan, een zekere mate van rust.

Tegenwoordig wordt tot de landschapsfotografie veel meer gerekend dan een natuurlijk landschap alleen. Foto’s van bijvoorbeeld het havengebied, een bouwterrein of een stedelijke omgeving kunnen ook landschapsfoto’s worden genoemd.

Licht en weersomstandigheden

Het weer speelt een ongelofelijk belangrijke rol bij landschapsfotografie. De aan- of afwezigheid van een bepaald type wolk kan bijvoorbeeld bepalen dat de notoire landschapsfotograaf na een zware heuvelklim toch maar besluit de volgende dag terug te komen. Zie bijvoorbeeld afb 4 gemaakt van de Ginkelse Hei. De daar op vertoonde wolken vertellen van alles over het weer van die prachtige dag en maken de foto sprekender en minder saai.

Hetzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor het aanwezige licht. Landschapsfotografen moeten het natuurlijk vaak hebben van het natuurlijke licht. Er worden wel eens flitsers gebruikt, bijvoorbeeld om nabij liggende elementen zoals rotspartijen extra te kunnen belichten, maar dat is een zeldzaamheid. Je moet het meestal doen met wat er is. Niets meer en niets minder!

Kijken we naar afb 1 hiernaast dan kunnen we de invloed van het weer en licht op een landschapsfoto goed zien. Want wat zou die foto geweest zijn wanneer het licht niet door de boom was gekomen en er geen mist zou zijn geweest? Niets meer dan een doorsnee foto van een boom langs een fietspad. Precies!

De compositie

De compositie is natuurlijk van vitaal belang wil je de gewenste sfeer kunnen vangen. Het is niet voor niets dat landschapsfotografen daarom de omgeving eerst grondig verkennen voordat ze aan de slag gaan. Door een net andere positie in te nemen ontstaat soms een geheel ander beeld. Hiernaast zien we dat goed op afb 2 en 3. Deze foto’s zijn vlak na elkaar genomen waarbij dezelfde koeien zijn gefotografeerd. Toch lijken de foto’s in het geheel niet op elkaar en ontstaat de schijn dat ze zelfs op een heel ander moment zijn genomen.

In het algemeen zou je kunnen stellen dat een landschapsfoto er baat van heeft wanneer er diepte in te zien is, en er dus hoogteverschillen zijn. Op die manier wordt de foto namelijk minder vlak. Afb 2 is een goed voorbeeld van een foto zonder deze hoogteverschillen en oogt daardoor redelijk saai.

Apparatuur

Om goede landschapsfoto’s te maken, heb je geen bijzondere fotoapparatuur nodig. Afb 1 op deze pagina is gemaakt met een gewone iPhone. Het is echter logisch dat camera’s met een hogere resolutie en een grotere beeldsensor leiden tot foto’s met meer detail dan camera’s die daar niet over beschikken.

Let wel op want een grotere beeldsensor levert ook minder scherptediepte op. En als er iets is wat landschapsfoto’s behoeven, dan is het wel scherptediepte! Een en ander kan natuurlijk gecompenseerd worden door het juiste diafragma te kiezen en om voor een bepaald type lens te gaan.

Groothoekobjectieven leveren niet alleen een bredere beeldhoek op, ze leveren ook meer scherptediepte dan bijvoorbeeld een standaardlens of een telelens. Een groothoekobjectief geniet daarom de voorkeur voor het maken van de meeste landschapsfoto’s. Dit wil echter niet zeggen dat je met andere objectieven geen landschapsfoto’s zou kunnen maken. Onder bepaalde omstandigheden kun je juist beter een teleobjectief inzetten, bijvoorbeeld wanneer je een bepaald deel van het landschap zou willen uitlichten, maar daar niet dicht genoeg bij kunt komen.

Vanzelfsprekend gebruiken landschapsfotografen statieven. Hierdoor wordt de scherpte van de foto alleen maar beter. Zeker daar waar langere sluitertijden worden gebruikt is een statief onontbeerlijk voor een goede landschapsfoto. Een licht statief geniet de voorkeur omdat landschapsfotografen vaak ver moeten lopen voor de beste plek.

Omdat een lage ISO waarde doorgaans betere resultaten oplevert, kan er een conflict ontstaan tussen de gewenste instellingen. Er kan een wens zijn om de sluitertijd wat langer te maken zodat de oppervlakte van een meer er spiegelglad uit komt te zien, terwijl het diafragma al op de uiterste stand staat en men de ISO laag wil houden. In een dergelijk geval kunnen ND-filters uitkomst bieden.

Maar ook daar waar het landschap in verhouding tot de lucht een te groot contrast biedt, zijn filters nuttig. Maak je van een dergelijk landschap een foto, dan zal immers het landschap te donker, of de lucht te licht worden gefotografeerd. Met een neutral density grad filter schuif je als het ware een donker stuk glas over de lichtere lucht zodat het landschap en de lucht qua lichtintensiteit dichter bij elkaar komen te liggen.

Het gebruik van filters is voor landschapsfotografen geen bijzonderheid. Polarisatiefilters helpen hen bijvoorbeeld om op een andere manier de lucht of sneeuw wat donkerder te maken. Daarbij zorgen deze filters er voor dat water helderder lijkt omdat de weerspiegeling op het water afneemt. Ook worden er nog wel eens kleurenfilters zodat bepaalde sferen benadrukt kunnen worden. Voor afb 5 van de schaapskooi in Ede is een dergelijke kleurenfilter gebruikt.

 

 

Afb 1: Licht en weersomstandigheden maken de foto
Afb 2: Een saaie foto
Afb 3: Dezelfde scene als afb 2, vanuit andere hoek genomen
Afb 4: De wolken zeggen iets over de dag
Afb 5: Een kleurenfilter gebruikt