Sluitertijd

Om de beeldsensor of de film in de camera alleen dan van licht te voorzien wanneer dat gewenst is, wordt de lens dichtgehouden door een zogenaamde sluiter. De tijd dat de sluiter wordt open gehouden tijdens een opname, wordt de sluitertijd genoemd.

Elke camera heeft dus een sluiter. In praktijk bestaat deze sluiter in spiegelreflexcamera’s (ook SLR genoemd) uit twee ‘gordijnen’. Een zogenaamd voor- en achtergordijn. Als de gordijnen voor de film of beeldsensor zijn weggehaald, kan het licht door de lens op die film of beeldsensor terecht komen.

Beweging bevriezen

Als de sluitertijd kort is, bijvoorbeeld 1/250 van een seconde, dan laat de sluiter dus maar heel kort het licht (lees beeld) door op de sensor. Als er ‘buiten’ voldoende licht is, dan krijgen we hierdoor een opname te zien waarin alles ‘bevroren’ is. Zelfs een rijdende trein lijkt op die foto stil te staan. Dat is ook logisch immers, hoe ver komt een trein in 1/250 seconde? Precies, niet zo ver.

Bewegingsstrepen

Als de sluitertijd lang is, bijvoorbeeld 1 seconde, dan laat de sluiter langer licht door. In een seconde kan er veel gebeuren, en dat zie je op dergelijke foto’s terug. Fotografeer je bijvoorbeeld met 1 seconde een winkelstraat met voorbijlopende mensen, dan lijkt het of die mensen een beetje doorzichtig geworden zijn. Dat nu is heel verklaarbaar. Binnen de genoemde seconde registreert de sensor immers op dezelfde plek zowel de achtergrond als even later de mensen die daar lopen. We zien dus de achtergrond en de mensen door elkaar heen op dezelfde plek op de foto. Maar we zien ook dat de mensen niet echt scherp op de foto staan. Dat komt omdat ze bewegen binnen die seconde. Als een soort streep zien we hun beweging terug.

Foto’s gemaakt met een lange sluitertijd zien we vooral terug binnen nachtfotografie. Logisch, want daar moet je langer wachten voordat je voldoende licht ‘gevangen’ hebt om de foto te laten slagen. Foto’s gemaakt met een heel korte sluitertijd van bijvoorbeeld 1/2000 seconde, zie je bijvoorbeeld gemaakt door sportfotografen. Ze willen de actie goed kunnen vastleggen, daarvoor ‘bevriezen’ ze zelfs de snelste momenten.

De fotografische drie-eenheid

De sluitertijd kan natuurlijk niet straffeloos vergroot of verkleind worden zonder de instellingen van de ISO en/of het diafragma te veranderen. Het is de combinatie van deze drie factoren die er voor zorgt dat een opname goed belicht kan worden.