Witte Achtergrond

Het komt regelmatig voor dat je iemand voor een witte achtergrond moet fotograferen. Maar hoe zorg je er nu voor dat de achtergrond niet grijs maar echt goed wit wordt?

De achtergrond zelf

Maak het jezelf niet te moeilijk. Gebruik een witte muur of hang een witte doek op. Werk je met een doek, gebruik dan bij voorkeur materiaal dat niet doorschijnend en niet glanzend is. Probeer kreukels en vouwen zoveel mogelijk te voorkomen en strijk daarom, indien nodig, de doek zodat hij glad genoeg is.

Natuurlijk kun je de doek hangen aan een speciaal daarvoor gemaakt rek. Dit soort achtergrond systemen kun je al in je bezit hebben voor bedragen rond de €60. Ze zijn gemakkelijk demonteerbaar en prima te vervoeren. Maar perse nodig is het niet. Je kunt de doek ook ophangen door hem te bevestigen aan een kast of aan een gordijnroede. Met schilders afplaktape of zeilklemmen zet je de doek eenvoudig vast.

Hang de doek loodrecht naar beneden en laat het onderste deel een beetje over de vloer richting de camera lopen. Daarmee is dit deel van het werk klaar (zie afb 1).

Het probleem

Hoe je de opstelling maakt, is afhankelijk van met hoeveel lichtbronnen, bijvoorbeeld flitsers, je aan de slag gaat en hoeveel ruimte je tot je beschikking hebt. Laten we eerst inzoomen op het probleem dat opgelost moet worden, daarna kijken we naar de mogelijke oplossingen.

In afb 2 zie je een opstelling waarbij achter de camera een softbox is geplaatst met afstand A van het model vandaan. De flitser is zo ingesteld dat het licht dat op het model valt precies goed is. Achter het onderwerp is een witte backdrop geplaatst. De softbox belicht daarom zowel het onderwerp als de achtergrond. De fotograaf heeft het model gevraagd voldoende afstand (afstand B) van de achtergrond te nemen zodat de achtergrond onscherp wordt en er geen kreukels zichtbaar worden op de foto. Maar als je op deze manier een foto maakt, dan wordt de achtergrond niet wit, maar grijs (zie afb 3).

De reden hiervan is dat het licht van de flitser snel vervalt. De lichtsterkte is bij de flitser vanzelfsprekend het hoogst en hoe verder het licht van de flitser afkomt, hoe minder sterk het wordt. Eenmaal bij het onderwerp aangekomen, is de lichtsterkte precies goed want daar is de lichtsterkte van de flitser natuurlijk op afgesteld. Hoe dichter je naar de flitser toe zou gaan, hoe meer de lichtsterkte toe zal nemen en dus hoe verder je achter het onderwerp komt, hoe meer de lichtsterkte af zal nemen.

Door het verval van het licht op afstand B valt er daarom te weinig licht op de backdrop en wordt de achtergrond onderbelicht. Dat is de reden dat hij niet wit maar grijs wordt weergegeven op de foto.

Wat niet werkt

Nu zou je kunnen denken dat wanneer je afstand A zou verkleinen (de flitser dus dichter bij het onderwerp en daarmee dichter bij de achtergrond brengt) het probleem opgelost zal worden omdat daarmee de lichtbron dichter bij de backdrop staat. Maar het tegendeel is waar (zie afb 4). De achtergrond wordt hierdoor zelfs nog donkerder!

De reden hiervan is dat de lichtsterkte van de flitser lager afgesteld zal moeten worden om het onderwerp nog steeds goed te kunnen belichten. Afstand A is immers kleiner geworden en hoe dichter bij de flitser, hoe hoger de lichtsterkte.

Door het afnemen van de lichtsterkte zal het verval ook groter zijn want zwak licht vervalt nu eenmaal sneller dan sterk licht. Daarom wordt de backdrop nog minder verlicht dan in de eerste opstelling. Geen goede oplossing dus.

Met een flitser

Wat wel kan is de afstand A juist vergroten en tegelijkertijd afstand B verkleinen. In verhouding komen hierdoor de backdrop en het onderwerp veel meer op gelijke afstand van de flitser te staan waardoor het verval van het licht minder wordt. Hoe kleiner afstand B is en hoe groter afstand A, hoe beter deze methode daarom werkt.

Nu zou je kunnen zeggen dat hierdoor vervelende schaduwen op de achtergrond terecht zullen komen, maar dat kun je eenvoudig voorkomen door een grote paraplu of softbox te gebruiken en deze als fotograaf recht achter je te plaatsen. Jij zult niet in de weg van het licht staan omdat dit voldoende om de fotograaf heen ‘klapt’. Omdat het licht recht van voren komt zal een schaduw recht achter het model op de backdrop vallen en dus niet zichtbaar zijn op de foto (zie afb 5). Je moet echter geen foto maken waarbij je de flitser niet in je rug hebt staan. Dan zul je de schaduw immers wel zien.

Met meerdere flitsers

Wanneer je gebruik kunt maken van meerdere flitsers, dan wordt het gemakkelijker om met een witte achtergrond te werken. In afb 6 zie je hoe je dit zou kunnen aanpakken.

We hebben twee flitsers (vaak is een flitser hiervoor al voldoende) achter het model geplaatst richting de backdrop. Met deze flitsers belichten we de achtergrond. Het is belangrijk de belichting hiervan niet te hoog te zetten. Een aantal fotografen overbelicht de achtergrond zodat het “puur wit” wordt, maar dat heeft als nadeel dat er ook veel licht teruggekaatst zal worden en dat heeft een nadelig effect op de verlichting van de contouren van het onderwerp. Lees hiervoor ook dit artikel.

Je ziet in deze afbeelding ook dat we twee flags hebben geplaatst. Dit zijn borden die er voor zorgen dat er geen onwenselijk licht van de backdrop flitsers op het onderwerp vallen. Dat is luxe, maar ook dit is niet perse nodig. Door de flitsers zorgvuldig te richten ontstaat dit probleem immers niet (zie afb 7).

Het voordeel van een dergelijke opstelling is dat we zowel afstand A als afstand B gewoon kunnen blijven handhaven zoals het ons uitkomt zonder dat de backdrop donkerder wordt of er onwenselijke schaduwen vallen, onder welke hoek we het onderwerp dan ook fotograferen. De foto van afb 7 is schuin ten opzichte van het mainlight en de backdrop genomen. Je ziet dat er geen sprake is van schaduw op de achterwand.

Daarnaast kunnen we, door een groot diafragma te gebruiken en afstand B groot genoeg te houden, de achtergrond onscherp fotograferen waardoor eventuele kreukels of andere oneffenheden niet meer te zien zijn.

Samengevat

Heb je een flitser, plaats dan deze flitser, liefst voorzien van een grote softbox, ver van het onderwerp vandaan in je rug en houd de afstand tussen het onderwerp en de backdrop relatief klein.

Beschik je over meerdere flitsers, gebruik dan aparte flitsers als main light voor het onderwerp en als belichting voor de backdrop. Gebruik eventueel flags om strooilicht te voorkomen.

 

Afb 1: Hang de backdrop loodrecht naar beneden en over de vloer doorlopen
Afb 2: Een opstelling voor de te nemen foto
Afb 3: De achtergond wordt grijs
Afb 4: De achtergrond wordt nog grijzer
Afb 5: Lengte A is hier sterk vergroot
Afb 6: Aparte flitsers als "main light" en "backdrop lights"
Afb 7: Een fraaie witte achtergrond
Afb 8: Ook hier geen schaduwen op de achtergrond