Fotogeniek zijn

Is fotogeniek zijn iets wat je kunt leren, of is het aangeboren? In dit artikel geven we daar antwoord op.

Wat is fotogeniek?

Fotografen noemen iemand fotogeniek wanneer hij of zij gemakkelijk aantrekkelijk te fotograferen is. Daarmee bedoelen we: dat de persoon in kwestie er op de foto niet alleen mooi of aantrekkelijk uitziet, maar ook dat fotografen niet veel moeite hoeven te doen om dat op de gevoelige plaat vast te kunnen leggen.

Fotogeniek heeft dus enerzijds te maken met de mate van aantrekkelijk op een foto en anderzijds met het gemak dat een dergelijke foto tot stand komt.

Wie is fotogeniek?

Nu zou je kunnen denken dat mensen die er in ‘real life’ aantrekkelijk uitzien, dat op de foto ook wel zullen zijn en misschien ook dat knappe mensen automatisch fotogeniek zijn. Toch hoeft dat helemaal niet waar te wezen.

Iemand die erg gespannen is wanneer foto’s van hem of haar worden gemaakt, kan op het moment van fotograferen door die spanning een groot deel van zijn of haar natuurlijke aantrekkelijkheid verliezen. Ook kan het gebeuren dat een specifieke lichaamsbouw, door het gebruik van flitslicht tijdens het fotograferen, iemand veel meer of juist veel minder aantrekkelijker maakt dan normaal.

Van veel beroemde fotomodellen is bekend dat ze er op de foto mooier en/of aantrekkelijker uitzien dan in werkelijkheid. Dit is terug te voeren op waarschijnlijk twee belangrijke zaken. Op de eerste plaats beschikken ze vaak over een zowat “broos en breekbaar” lichaam. Het is juist een dergelijke lichaamsbouw die op foto’s goed overkomt. Door het gebruik van flitslicht en omdat bepaalde lenzen worden gebruikt in combinatie met dat je van dichtbij wordt gefotografeerd, kom je er nu eenmaal anders uit te zien dan in de werkelijkheid.

Op de tweede plaats nemen fotomodellen tijdens het fotograferen houdingen (poses) aan waardoor ze iets anders uitstralen dan normaal. Deze niet alledaagse houdingen zorgen voor een uitstraling die zowat vergelijkbaar is met het kruipen in de huid van een ander. Hierdoor lijken goede fotomodellen in uiterlijk te veranderen in de persoon die ze moeten voorstellen.

Door deze vaardigheid wordt niet een fotomodel gefotografeerd die dure kleding aan heeft, maar een vrouw die gewend is om dure kleding te dragen. Tenminste, die suggestie straalt er vanaf. Dit soort aspecten, zoals lichaamsbouw en spelvermogen, spelen naast zelfverzekerdheid en ontspanning een rol bij het meer of minder fotogeniek zijn.

Op foto’s vallen overigens een aantal belangrijke elementen weg die we normaal gesproken gebruiken om iemand goed in te kunnen schatten. Op foto’s bewegen mensen immers niet en ze spreken er niet op. Je kunt ze niet ruiken en hun lengte kan niet goed worden ingeschat. Proporties zijn daarom op foto’s veel belangrijker dan lengte.

Misschien vraag je je af waarom er dan toch zoveel eisen worden gesteld aan fotomodellen qua lengte. Dat heeft te maken met het gegeven dat van fotomodellen vaak wordt verwacht dat ze ook op een catwalk moeten kunnen lopen en omdat de kleding die gebruikt wordt voor shoots en shows meestal alleen in een bepaalde standaard maat beschikbaar wordt gesteld. Met het fotograferen zelf heeft het dus niet zoveel van doen.

Juist omdat veel zintuigelijke waarnemingen niet ter beschikking staan van degene die de foto bekijkt, beoordeelt hij de persoon op de foto anders dan wanneer hij die persoon in werkelijkheid zou ontmoeten. De kijker kan immers alleen terugvallen op wat hij ziet. Daardoor is het mogelijk een positievere schijn op te houden als je dat ene element wat overblijft, het uiterlijk, kunt uitbuiten. Dat zou je in werkelijkheid nooit op die manier kunnen doen. Maar je moet dat uiterlijk dan ook wel echt kunnen uitbuiten. Kun je dat niet, dan heb je de kans om juist slechter beoordeeld te worden. De overige informatiestromen kunnen immers bij een foto niet bijdragen aan een positievere beoordeling.

Het is in dit kader dan ook niet moeilijk om te begrijpen dat soms meisjes van veertien jaar oud en zelfs nog jonger, binnen de volwassen modefotografie als fotomodel worden gebruikt. Hun huid is nog heel gaaf terwijl de aspecten die gebruikt worden om in te schatten hoe oud ze precies zijn, grotendeels onbereikbaar worden gehouden voor de kijker. Kleding, haardracht en make-up maken de suggestie compleet en op die manier krijgt de kijker een beeld voorgeschoteld van een volwassen vrouw met een strak, soms androgeen lichaam en een puntgave huid. Fotografie is nu eenmaal vaak niet de werkelijkheid vastleggen, maar een suggestie bieden.

De praktijk

Hoewel veel mensen menen dat ze er op de foto net zo uitzien als in de werkelijkheid, is dat toch niet waar. Omdat ze naar zichzelf kijken en zichzelf goed kennen, denken ze dat alleen. Je beoordeelt iemand normaal gesproken doordat je veel verschillende informatiestromen over die persoon tijdens het beoordelen tot je krijgt. Een foto laat slechts een paar van die informatiestromen toe. Daarom zullen mensen, zeker degene die je niet of minder goed kennen, je op een foto anders beoordelen dan dat ze dat in werkelijkheid zouden doen.

De meeste mensen zien er normaal uit. Ze zijn niet uitgesproken knap of bijzonder lelijk. Toch worden mensen op foto’s door een gebrek aan informatie meestal als lelijker beoordeeld dan dat ze in werkelijkheid zouden worden beoordeeld. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat iemand die een foto bekijkt alleen uit kan gaan van wat hij ziet, en daarom gedetailleerder zal gaan kijken naar wat hij ziet. Hij verzamelt volgens deze theorie als het ware meer informatie uit het beeld en daardoor vallen hem dingen op die hij normaal niet zou zien of niet op zou letten. Daarnaast krijgt dat wat hij ziet een ander gewicht in de beoordeling.

Uit onderzoek is gebleken dat een redelijk grote groep mensen niet kan zien dat hetzelfde fotomodel op verschillende foto’s wordt afgebeeld wanneer het een andere setting, een andere lichtval, een andere haardracht of een andere scene betreft. De vergroting van de zichtbare details zouden leiden tot het idee dat je met verschillende fotomodellen te maken zou hebben. Een andere theorie leert ons juist dat van mensen op foto’s slechts een globale indruk overblijft en als die indruk per foto anders is, het idee ontstaat met verschillende fotomodellen te maken te hebben. Maar hoe het ook tot stand komt, in het dagelijkse leven kennen we dit verschijnsel veel minder. Dit is typisch iets voor gefotografeerde onbekende mensen.

Moet je knap zijn?

Je kunt ook als niet uitzonderlijk knap mens heel aantrekkelijk zijn. Fotogeniek en knap zijn, zijn dus zeker geen zijden van dezelfde medaille. Het is belangrijker om ontspannen voor de camera te staan dan knap te zijn, wordt wel eens beweerd. En wij zijn het daar mee eens.

Dat aantrekkelijkheid ook niet perse betekent dat iemand ‘mooi’ hoeft te kijken, is misschien wat minder evident maar toch zeker waar. Een gezichtsuitdrukking die inspanning of verdriet laat zien, kan voor mensen net zo aantrekkelijk zijn als een glimlach of een vriendelijk gezicht. Ook hoeft iemand niet verleidelijk te kijken om aantrekkelijk gevonden te worden of mooie kleren aan te hebben. Om meer te weten te komen over wat aantrekkelijk of knap zou zijn, raden we je aan ook dit artikel te lezen.

Moet je mens zijn?

Als fotogeniek zijn betekent dat je gemakkelijk aantrekkelijk gefotografeerd kunt worden, dan zou je dus niet perse een mens daarvoor hoeven te zijn. En dat klopt ook! Sommige dieren blijken heel fotogeniek te zijn. En ook levenloze zaken kunnen dat zijn. Denk maar eens aan een kasteel of aan een park. Maar omdat deze rubriek gaat over modellenwerk, spitsen we ons daar in dit artikel natuurlijk op toe.

Kun je leren fotogeniek te zijn?

Wij denken dat je kunt leren fotomodel te worden. Het is immers gewoon een beroep, geen genetisch aangeboren zaak. Maar we denken ook dat je, zoals bij ieder vak, wel enig aanleg nodig hebt. Er zijn vanzelfsprekend trucks die je kunt leren. Ook kun je op basis van ervaring dingen te weten komen.

Een aantal fotomodellen ontwikkelt bijvoorbeeld een voorkeurskant. Uit ervaring hebben ze geleerd dat, wanneer ze de ene kant toedraaien, beter voor de dag komen dan met de andere kant. Door hun voorkeurskant te tonen, worden ze beter te fotograferen en daarmee fotogenieker, mits je je natuurlijk in onze definitie voor fotogeniek zijn kunt vinden.

Je kunt je als fotomodel ook verdiepen in poses. Poses dienen er toe houdingen aan te kunnen nemen waarmee je beter of anders voor de dag kunt komen. Ook dat zal dus ongetwijfeld helpen om meer fotogeniek te zijn. Immers, je bent hierdoor gemakkelijker bruikbaar te fotograferen.

En laten we niet vergeten dat een belangrijk maar wel heel ander aspect van dit vak ook is, hoe goed je in een team kunt samenwerken en hoe goed je kunt omgaan met verschillende typen mensen. Het komt er dus op neer dat alles wat je kunt doen of kunt laten zodat het bijdraagt aan het goed kunnen fotograferen, je als fotomodel beter of minder goed geschikt maakt. Omdat ook zaken een rol spelen die je niet altijd zelf in de hand hebt, kan het zo maar gebeuren dat de ene fotograaf je heel fotogeniek vindt, terwijl de andere daar een heel andere mening over kan hebben.

Iedere keer als je als fotomodel aan shoots mee doet, leer je bij. Je wordt daardoor dus ook fotogenieker. Maar zoals dat met alles gaat wat we leren: wie gevoel voor iets heeft, leert het sneller en gemakkelijker aan dan iemand die dat niet heeft. Daarnaast kunnen er andere zaken zijn die het leren tegengaan. IJdelheid zorgt er voor dat je meer gespannen bent, dus dat werkt waarschijnlijk tegen. Schaamte helpt ook niet echt natuurlijk. En als het niet klikt met de fotograaf, dan wordt experimenteren en ontdekken, en daarmee leren, natuurlijk ook moeilijker.

Om dit soort redenen zie je dat sommige mensen zich heel snel tot goed fotomodel ontwikkelen terwijl anderen daar na jaren nog maar nauwelijks progressie in hebben gemaakt. En omdat fotogeniek zijn slechts een aspect is van het fotomodel zijn, is dit vak zeker niet voor iedereen weggelegd. Maar ja, welk vak wel?