Simpele Silhouetten

Eerder schreven we al over het maken van silhouetfoto's. We ontvingen daar niet alleen een groot aantal positieve reacties op, er werd ons ook meerdere malen gevraagd wat meer te publisheren over de praktische kant van het fotograferen van silhouetten omdat men het toch nog best lastig vond om dit thuis te kunnen doen met weinig middelen. Aan die vraag wilden we graag gehoor geven!

Waarom silhouetten fotograferen?

Bij silhouetfoto's laat de fotograaf het aan de verbeelding van de kijker over om het plaatje in te kleuren. Goede silhouetfoto’s blinken dan ook uit in eenvoud en geven alleen de contouren van het verhaal weer.

Om silhouetten te fotograferen, wordt soms veel uit de kast gehaald, maar het kan eenvoudig gedaan worden zodat men thuis simpel en snel fraaie silhouetfoto’s kan maken.

Er zijn maar een paar ‘spelregels’ waar je rekening mee moet houden:

  • Verlicht de achtergrond “normaal” en richt je daar op;
  • Voorkom zoveel mogelijk lichtval op het onderwerp;
  • Zorg voor voldoende profiel van het onderwerp.

De achtergrond

Het beste is om te beginnen een achtergrond te nemen die je goed, of net iets onderbelicht. Normaal gesproken stel je de belichting natuurlijk af op het onderwerp. Nu gaat het er echter om de achtergrond zo goed mogelijk te belichten.

Het is verstandig om eerst even een foto te maken zonder flitsers. De foto zou dan helemaal zwart moeten zijn. Is dat niet het geval, dan heb je mogelijk last van “vals licht” dat via de ramen naar binnen komt of van lampen afkomstig is (zogenaamd ambient light). Voorkom vals licht door alle onnodige lampen uit te doen en eventueel gordijnen te sluiten. Is dat nog niet genoeg, verhoog dan de sluitertijd totdat de foto egaal zwart wordt.

Je kunt hierna verschillende strategieën bewandelen die allemaal hun eigen effect hebben op het eindresultaat. Laten we er even van uitgaan dat je een silhouet van een persoon wilt fotograferen en dat je als achtergrond een witte muur gebruikt.

Achtergrond met een flitser

Je kunt er voor kiezen om met slechts een flitser te werken. Dat werkt prima! Plaats deze flitser op een statief en zet die tussen de muur en het model en dan wel zo achter het model zodat deze niet door de camera te zien is. Richt de flitser op de muur. Hoe dichter de flitser bij de muur staat, hoe meer je een felle lichtcirkel op de muur zult zien die snel naar buiten toe af zal nemen in lichtsterkte. Zie ook afb 1. In deze afbeelding zie je wat er gebeurt wanneer je de flitser dicht bij de muur plaatst. Je krijgt dan een cirkel van licht op de muur te zien. Op de inzet van afb 1 zie je wat er gebeurt als je de flitser iets verder van de muur verplaatst: de cirkel wordt groter. Je bepaalt dus zelf hoe groot die cirkel wordt door de afstand tussen de flitser en de muur te variëren.

Plaats je de flitser maar ver genoeg weg, dan zal de gehele achtergrond van je foto verlicht worden. Let wel, wordt de afstand groter, dan neemt de lichtsterkte van de cirkel af. Dit zul je daarom moeten compenseren door bijvoorbeeld het diafragma meer open te zetten. Ook kun je er voor kiezen de ISO waarde te wijzigen.

De camera

Stel de camera voor dit soort foto’s in op de M-stand en zorg er met de instellingen van met name het diafragma voor dat je de achtergrond goed verlicht kunt vastleggen. Overbelicht de achtergrond niet, hoewel dat hier een daar misschien wordt gesuggereerd. Dat levert namelijk strooilicht op. Wil je dat de achtergrond vaag wordt, doe dat dan door het diafragma zo in te stellen dat de achtergrond onscherp wordt. Vraag nu het model om haar positie in te nemen, stel scherp op het fotomodel en maak de foto.

Als het model er niet heel donker op komt te staan, weerkaatst blijkbaar het licht dat de achtergrond moet verlichten zo dat het toch nog op het model valt. Kijk even wat je daar het beste tegen kunt doen. Bijvoorbeeld door het model wat verder van de muur af te laten staan.

Dat je iets licht krijgt op het model is niet zo erg. In een fotobewerkingsprogramma als Adobe Photoshop kun je, als je de foto in Camera RAW inleest, de schuifregelaar voor ‘Blacks’ wat naar links verschuiven en die voor ‘Whites’ wat naar rechts. Het model wordt donkerder en de achtergrond lichter (zie ook afb 2). Daarmee is dit vast opgelost. Vraag je wel af of geheel zwart wel echt is wat je wil. Een beetje ‘speling’ in de teint geeft het silhouet diepte en maakt het beeld misschien nog zelfs wel wat interessanter.

Extra props

Als we een voorwerp tussen de achtergrond en het model plaatsen, dan zal dit onderdeel worden van de compositie en kan dit zorgen voor een extra dimensie. Wordt er bijvoorbeeld een kamerscherm met gaatjes tussen geplaatst, dan kun je je wel voorstellen wat voor een interessante effecten dit op kan wekken (zie afb 3).

Bij dergelijke foto’s versmelten de elementen zich als het ware tot een geheel omdat alle objecten zwart worden afgebeeld. Al snel kun je daarom vaak niet meer zien wat precies wat is. Houd voor ogen dat een goede silhouetfoto eenvoudig moet blijven zodat de herkenbaarheid niet in het geding komt.

Half doorschijnend

Door iets te gebruiken wat licht deels door laat, ontstaat een heel ander effect wat het experimenteren meer dan de moeite waard maakt. Denk hierbij niet alleen aan doorzichtige kleding, vitrage of ander textiel, maar ook aan stromend water, glas waar waterdruppels op zijn aangebracht of aan dun papier.

Kijken we naar afb 4 dan zien we hoe we hiervoor een oosterse parasol hebben gebruikt die van papier is gemaakt. De parasol gaat als achtergrond dienen en maakt de scene interessanter zonder dat deze versmelt met het onderwerp.

Naar het model toe

Je kunt de flitser ook naar de rug van het model richten. Door dit te doen wordt de achtergrond niet meer belicht en daardoor zwart. Het onderwerp blijft als silhouet zichtbaar maar wordt wel vrij gemaakt van de achtergrond omdat het licht de contouren van het onderwerp verlicht. Dit lichteffect wordt wel rim light genoemd (zie afb 5).

Bij dergelijke opnames is het belangrijk om er voor te zorgen dat het licht niet te fel is en goed de contouren verlicht.

Gebruiken we deze techniek in combinatie met een half doorschijnend object zoals een papieren parasol, dan zal dit ertoe leiden dat de parasol als een soort lichtgeleider op gaat treden (zie afb 6).

Achtergrond met twee flitsers

Lukt het maar niet om de achtergrond goed te verlichten, plaats dan twee flitsers aan de zijkant achter het model en richt ze op de muur. Je kunt er nu voor zorgen dat de gehele muur egaal verlicht wordt als je dat met een flitser niet voor elkaar kunt krijgen. Verder doe je hetzelfde als bij het maken van een silhouetfoto met slechts een enkele flitser.

Wat je ook met twee flitsers kunt doen is dat je er een naar de rug van het model richt en de andere naar de achtergrond. Hiermee kun je de effecten van beide methoden combineren. Door te experimenteren met de lichtsterkten van beide flitsers kun je bepaalde effecten meer of minder versterken.

In Photoshop

Een eenmaal gemaakte silhouetfoto kan in Adobe Photoshop eenvoudig verder worden aangepast. Laten we eens kijken naar afb 7. We verwijderen alle kleur uit de foto met Desaturate (Ctrl+Shift+U). Wat zwart is blijft natuurlijk zwart maar de gekleurde parasol zal in grijstinten worden weergegeven.

Nu voegen we een Hue/Saturation Adjustment Layer toe. We vinken de optie Colorize aan en kiezen een passende kleur (zie afb 8).

Afb 1: De afstand tussen muur en flitser bepaalt de grootte van de lichtcirkel
Afb 2: In Photoshop kan het effect eenvoudig verstrekt worden
Afb 3: Maak de compositie niet te druk
Afb 4: Lichtdoorlatende props kunnen goed uitpakken
Afb 5: Rim light als contourlicht werkt fraai
Afb 6: De flitser gericht op de achterkant van de scene
Afb 7: De uitgangsfoto
Afb 8: Met behulp van een Hue/Saturation Adjustment Layer verkleurd