De Auto/P/A/S/M standen

Veel camera’s kennen naast allerlei standaard scenes een Auto, P, S, A en M stand. Met behulp van deze standen (modes) kan men meer of minder op de camera zelf instellen voor de gewenste resultaten.

Hoewel veel camera’s standaard instellingen kennen voor het maken van bijvoorbeeld nacht- of portretfoto’s, is toch niet iedere fotograaf daar zo blij mee. Professionele fotografen zullen dergelijke standen zelfs maar zelden gebruiken en de echt duurdere professionele camera’s beschikken dan ook meestal niet over deze mogelijkheden.

Vanzelfsprekend is het zo dat je over de meeste mogelijkheden kunt beschikken wanneer je alles met de hand zelf instelt. Dat kan wanneer je de camera in de zogenaamde M-stand (Manual) plaatst. Het licht moet dan gemeten worden door een lichtmeter en je stelt zelf bijvoorbeeld ook het diafragma en de sluitertijd in.

In de A-stand (Aperto) stelt de camera alles in, behalve het diafragma. Wijzig je handmatig het diafragma, dan past de camera daar de dus sluitertijd en/of de ISO waarde op aan. De ISO waarde wordt natuurlijk alleen aangepast wanneer deze op auto ingesteld staat.

In de S-stand (shutter) wijzig je de sluitertijd, en wordt het diafragma daar automatisch op aangepast. Ook hier geldt dat de ISO waarde aangepast kan worden, mits deze op auto ingesteld staat.

In de Auto-stand worden alle instellingen voor je gedaan. De camera verandert dan in een soort compact camera waarmee je met recht ‘point-and-shoot’ foto’s kunt maken.

Staat je camera in de P-stand (Program), dan bevindt hij zich in de automatische (Auto) stand met dat verschil dat je nu dingen kunt aanpassen zoals wel/niet gebruik maken van de ingebouwde flitser. Soms kun je ook nog wijzigingen aanbrengen aan de sluitertijd en het diafragma, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. De camera zal natuurlijk alles wat je niet zelf instelt, voor je instellen.