Werken met varianten

Capture One kan werken met onder andere RAW, JPEG, TIFF en zelfs Photoshop PSD bestanden. Dit softwarepakket werkt niet wezenlijk anders met deze verschillende soorten bestanden, maar de mogelijkheden variëren vanzelfsprekend wel. Een RAW bestand biedt immers de meeste mogelijkheden om aanpassingen op door te kunnen voeren omdat het domweg de meeste informatie bevat en delen van die informatie gescheiden van elkaar opslaat.

Dat een RAW bestand hierdoor het beste uitgangsmateriaal biedt, geldt natuurlijk niet alleen voor Capture One. Voor bijvoorbeeld Adobe Photoshop is dat ook het geval. Het is dan ook niet voor niets dat veel fotografen hun foto’s in RAW schieten.

Het origineel blijft altijd intact

Capture One zal de originele bestanden nooit aanpassen. Dit betekent dat je als fotograaf nooit bang hoeft te zijn dat je bijvoorbeeld het originele RAW, TIFF- of JPG-bestand ooit met Capture One zult overschrijven. Capture One gebruikt deze bestanden namelijk niet zoals Photoshop dat doet. Het leest het bestand alleen in om het origineel te kunnen zien en er een soort thumbnail van te kunnen maken, niet om er aanpassingen op uit te voeren. Alle aanpassingen die worden opgegeven worden opgeslagen in een apart data bestand en dus niet weggeschreven in het originele bestand. De aanpassingen en het origineel blijven daardoor gescheiden.

Omdat de aanpassingen in een apart data bestand worden opgeslagen, betekent dit dat het originele bestand nooit zal worden overschreven, maar er zijn meer voordelen. Je kunt bijvoorbeeld meer aanpassingsbestanden maken op basis van hetzelfde origineel. Hierdoor krijg je dan twee of meer verschillende eindresultaten op basis van hetzelfde (ongewijzigde) bronmateriaal.

Hoe werkt dat dan?

Op het scherm zie je een per aanpassingsbestand een soort kopie van het originele bestand waar de bewerkingen van het desbetreffende data bestand op zijn toegepast. Pas bij het echt exporteren van deze combinatie ontstaat een nieuw bestand waar de aanpassingen echt fysiek in worden doorgevoerd. Vandaar dat het exporteren van een bestand in Capture One “processing” wordt genoemd. Dat is feitelijk pas het moment dat de aanpassingen (bewerkingen) en het originele bestand gecombineerd worden tot een nieuw bestand in een opgegeven bestandsformaat. 

Wat is een variant?

Ieder apart aanpassingsbestand wordt in Capture One een variant genoemd. Logisch: het zijn immers varianten op het origineel. Zodra een afbeelding door Capture One wordt ingelezen, krijgt het standaard een (eerste) variant. In feite bevat deze variant nog maar weinig bewerkingen, tenzij je hebt aangegeven dat Capture One automatisch bij ieder nieuw bestand al allerlei bewerkingen moet uitvoeren. Dit laatste kan overigens handig zijn bij een tethering shoot. Je maakt de eerste foto, voert daar een aantal bewerkingen op door zoals aanpassingen in de white balance en geeft opdracht aan Capture One om deze aanpassingen automatisch door te voeren wanneer je de volgende opnames maakt. 

Wanneer je op een afbeelding in de browser van Capture One met de rechtermuisknop klikt, dan klik je daarmee dus op de eerste variant. Je kunt nu op twee manieren een nieuwe variant maken: Kies voor ‘New Variant’ of voor ‘Clone Variant’. Wanneer je voor een nieuwe variant kiest, dan krijg je een variant op basis van de standaard instellingen. Kies je voor een kloon, dan krijg je een kopie van de variant die je geselecteerd had toen je deze opdracht gaf. Op die variant kun je allerlei bewerkingen hebben uitgevoerd  en die zijn dus ook doorgevoerd op de nieuwe varaint die je net hebt aangemaakt. Overigens kun je hier respectievelijk ook F7 en F8 voor gebruiken.

Primary Variant

Wanneer je meerdere varianten selecteert in de browsers van Capture One, zal opvallen dat een van deze varianten van een dikker kader wordt voorzien dan de andere varianten. Dit variant wordt de Primary Variant genoemd omdat dit de variant is dat wordt aangepast wanneer er instellingen worden gewijzigd. 

De overige geselecteerde varianten kunnen in enkele gevallen gelijktijdig mee worden veranderd met de bewerkingen die je op de Primary Variant los laat. Hiermee kun je bijvoorbeeld meerdere varianten in een keer roteren. Dit kun je doen door de Edit Selected Variants knop in de toolbar in te drukken.