PocketWizard HyperSync

Wie gebruik maakt van PocketWizard radio triggers, zoals de FlashTT5, kan gebruik maken van de in de PocketWizard software ingebouwde HyperSync functie. HyperSync gebruikt een normaal flitslicht, dus niet een herhalend pulserend licht zoals dat bij HSS het geval is, waardoor het een veel grotere lichtopbrengst kent.

Wanneer met hogere sluitertijden (vaak sneller dan 1/250ste van een seconde) wordt geflitst, moet gebruik worden gemaakt van een aanvullende techniek, zoals High Speed Sync (HSS of Auto-FP sync) om de belichting goed te krijgen. HSS levert een min of meer continue licht op tijdens de gehele sluitertijd, maar kost relatief veel batterij spanning en, voor het snel opnieuw kunnen flitsen, een lagere lichtopbrengst. Om die reden moet de flitser zich vaak dichtbij het te fotograferen object bevinden. PocketWizard HyperSync maakt echter gebruik van een veel nauwkeurigere bepaling van het moment van flitsen waardoor dit meestal betere resultaten oplevert dan HSS.

HyperSync lijkt hiermee op de zogenaamde "HSS Hack", bij sommige fotografen wel bekend, maar deze hack techniek is veel minder nauwkeurig dan HyperSync en daarmee minder betrouwbaar. Daarbij is het niet automatisch en laten we eerlijk zijn, wat automatisch kan, kan vaak ook beter automatisch plaatsvinden.

Wat is het probleem?

Bij hoge sluitersnelheden is het eerste gordijn van de sluiter nog niet helemaal geopend terwijl het tweede gordijn al begonnen is met sluiten. Lees hiervoor ook ons artikel over de zogenaamde Flash Sync Speed. Hierdoor is de sensor op geen enkel moment tijdens het fotograferen ineens geheel bereikbaar voor het flitslicht. Ongeacht op welk moment geflitst wordt, een deel van de opname zal dus altijd onbelicht blijven en een zwarte balk op de opname veroorzaken.

Hoe werkt High Speed Flash?

Bij High Speed Sync vindt een continue belichting plaats doordat de flitser een bijzonder groot aantal snel pulserende flitsen afgeeft. Alle flitsen zijn nagenoeg even 'sterk'. Het pulseren begint voordat het eerste gordijn zich opent en stopt als het tweede gordijn weer helemaal gesloten is.

Om deze snelle pulsen af te kunnen geven, moet de flitser op laag vermogen flitsen (kan dus maar weinig licht afgeven per puls) en gebruikt de flitser relatief veel stroom. De flitser moet ook voor deze techniek geschikt zijn gemaakt. Je hebt er dus duurdere flitsers voor nodig. Het resultaat mag er echter wezen: een meestal fraai verlichte opname.

Hoe werkt HyperSync?

Een flitser geeft een korte periode een intens licht af. Dit kan hij doen doordat een glazen buisje, gevuld met xenon gas, wordt "aangeslagen". Tijdens het "afgaan" licht het gas in de buis in een bijzonder kort moment heel sterk op, en dooft uit. Maar het licht dooft niet meteen. Het gas verliest zijn energie relatief langzaam in vergelijking tot het afgaan waardoor er een soort 'na eb effect' ontstaat. Kortom, als een flitser flitst, geeft hij heel snel een intens licht af, wat relatief langzaam uitdooft. Niet iedere flitser doet dat op dezelfde manier. Sommige flitsers doven langzamer uit dan andere.

Door nu heel exact te bepalen wanneer het eerste gordijn open gaat en kort daarbij de flitser op normaal vermogen af te laten gaan, vindt toch een min of meer continue belichting plaats. Tenminste, als het "na ebben" van het flitslicht lang genoeg duurt. Dit betekent in praktijk dat de opname dus belicht wordt door een relatief continue afnemend licht. Dit omdat tijdens het na ebben de lichtsterkte steeds minder wordt. Later dus minder sterk dan de piek, maar wel gedurende de gehele periode dat de sensor wordt blootgesteld aan licht.

Voor HyperSync zijn geen bijzondere flitsers nodig. En flitsers met een relatief lage lichtduur, zoals studioflitsers, kunnen vaak dus zelfs beter gebruikt worden met deze techniek. Wel is de timing van het geheel natuurlijk cruciaal! Daarom kun je deze via het instellingen menu van de PocketWizard instellen.

In sommige gevallen zie je ook met HyperSync nog steeds een zwarte balk (niet belichte deel) op de opname terug of een gradient, welke ontstaat omdat het licht niet altijd even sterk is tijdens het na ebben van de flitser. Beide resultaten hoeven geen probleem te zijn wanneer je bedenkt dat HyperSync gemaakt is om 'bij te lichten'. Dat wil zeggen, om gebruikt te worden in situaties waarin ook ander licht, zoals zonlicht, aanwezig is. HyperSync gebruiken om melkjurken te fotograferen in een studio zal dus snel minder succesvol blijken te zijn. Er worden wel hoge sluitersnelheden behaald, maar de onbelichte balk of de gradiënt zullen hier snel sterk opvallen.

Apparatuurinstellingen

Bij HyperSync gaat het niet alleen om de duur van het na ebben van het flitslicht, maar ook om de camera. De ene sensor kan namelijk beter licht "vangen" dan de andere. Daarnaast kan het moment van het in werking treden van de gordijnen per camera verschillen. Daarom moeten de PocketWizard systemen bij voorkeur weten welke camera en welke flitser gebruikt worden. Kent PocketWizard deze, dan kun je veel zaken automatisch laten verlopen, anders moet je ze handmatig in de PocketWizard zenders instellen en dus via trial en error achter de meest optimale instellingen zien te komen. Moeilijk is dat niet, maar alles wat automatisch kan, is natuurlijk eenvoudiger.

Reduced Clipping

De automatische instellingen van HyperSync, voor apparatuur dat het "kent", kent twee varianten. Deze varianten worden bepaald door het moment dat de flitser afgaat. Staat de HyperSync ingesteld op 'Reduced Clipping' dan probeert het systeem er voor te zorgen dat er geen framing (zwarte balken) in de opname verschijnen. Door de periode tussen het flitsen en het openen van het eerste gordijn heel kort te houden, wordt framing natuurlijk uitgesteld. Het is echter meteen na het flitsen dat de afname van de lichtsterkte het snelste plaatsvindt. Reduced Clipping kan daardoor eerder zorgen voor een lichtverloop (gradient) in de opname. De opname is dan aan de ene kant iets lichter dan aan de andere kant geworden.

Bij Reduced Clipping wordt de flitser afgevuurd na het openen van het eerste gordijn maar nog voor het sluiten van het tweede gordijn.

Highest Energy

Met Highest Energy probeert men tijdens de HyperSync zoveel mogelijk continu licht te krijgen. De kans dat er een gradient ontstaat wordt hierdoor kleiner, maar de kans op framing groter. De flitser wordt namelijk afgevuurd nadat het tweede gordijn al is gaan sluiten.

Alles heeft zijn nadeel...

Iedere techniek kent ook nadelen, en dus moeten we verstandig kiezen. Worden bijvoorbeeld opnames buiten gemaakt en schijnt de zon, dan bepaalt deze in grote mate de belichting. In een dergelijk geval is Reduced Clipping vaak de meest ideale techniek om met zeer hoge snelheden prachtige opnames te kunnen maken. Een eventueel gradient zal in dergelijke opnames meestal helemaal niet zichtbaar worden.

Als je achetraf kunt croppen (een deel van de opname kunt 'wegsnijden') en een gradient absoluut niet wenselijk is, en je toch veel licht moet krijgen, bijvoorbeeld om waterdruppels op de foto te bevriezen in het bovenste deel van de foto, dan is Highest Energy zeker het overwegen waard.

Beschik je over speciale HSS flitsers, en hoef je niet heel veel foto's te maken (batterijduur) en kunnen de flitsers dicht bij het te fotograferen object staan, dan zou HSS in praktijk best wel eens de beste keuze kunnen zijn. Kortom, alleen door de experimenteren met deze mogelijkheden kun je de voor jouw beste opstelling bepalen!