Astrophotography

Wie heeft zich nooit, op een heldere nacht, vergaapt aan de pracht van de sterrenhemel en zich daarbij uitermate klein gevoeld? De astrophotograph probeert dat beeld vast te leggen.

Twee stijlen

Grof beschouwd bestaan er twee stijlen van astrophotography. Het eerste type foto wordt gemaakt met behulp van lange belichtingstijden waardoor de weg die sterren afleggen als lichtgevende lijnen op de foto terecht komen. De andere stijl bestaat er uit om relatief korte belichtingstijden te gebruiken, maar een hoge ISO-waarde waardoor de sterren als lichtpunten worden weergegeven.

In beide gevallen is er voor astrophotography een toch wat betere camera nodig. Een point-and-shoot en een camera in een mobiele telefoon voldoen hier niet aan. Camera’s met de mogelijkheid om hoge ISO-waarden te kiezen en die beschikken over een full frame sensor zijn hier veel beter voor geschikt.

Onbeweeglijk

Natuurlijk is het voor beide stijlen van fotograferen van belang dat de camera stil wordt gehouden. Vandaar dat sterrenfotografen altijd met een statief werken. En al was het dan niet voor de sterren zelf, dan is het wel voor de andere objecten, zoals de silhouetten van bomen op gebouwen, dat dit nodig is.

Het fotograferen van de sterrenhemel kan niet op ieder moment plaatsvinden. Naast een heldere hemel is het belangrijkrijk dat het windstil is, zeker wanneer bladeren, takken of andere natuurlijke objecten een deel van de scene uitmaken die mogelijk zouden bewegen wanneer het zou waaien.

Door tijdens de opname het licht van een flitser of zaklamp te gebruiken om objecten bij te lichten, kan men opmerkelijke foto’s maken. Dit zijn wel foto’s waarbij men veel moet experimenteren voordat een goed resultaat bereikt wordt.