Megapixels nodig?

Bij de aanschaf van een camera lijkt de vraag van de hoeveelheid megapixels belangrijk te zijn. Dit is echter veel minder belangrijk dan wel wordt aangenomen.

Op het beeldscherm

Stel een fotograaf maakt alleen foto’s voor het beeldscherm. Hij gebruikt een beeldscherm met een resolutie van 1920 × 1080 pixels. In dat geval betekent dit dat hij maximaal 1920 pixels tot zijn beschikking heeft in de breedte van het scherm en 1080 in de hoogte. Zou hij foto’s maken met een camera die opnames oplevert van 1920 x 1080, dan krijgt hij hiermee dus beeldscherm vullende afbeeldingen die niet vergoot of verkleind hoeven te worden om te passen.

Een camera die dit aan kan heeft aan 1920 x 1080 = 2073600 pixels per opname genoeg. Een megapixel bevat 1 miljoen pixels en dus heeft deze fotograaf aan een 2073600 / 1000000 = 2 megapixel camera voldoende. De huidige standaard van 1920 x 1080 (HD) wordt vast en zeker weer ingehaald. Nemen we daarom een 5 megapixel camera, dan zitten we in de komende jaren voor deze fotograaf nog steeds “geramd”.

Dit nu staat in schril contrast met wat vaak wordt aangenomen: "meer pixels is beter". Maar dat hoeft dus niet zo maar waar te zijn.

Op papier

Op papier zijn we in staat om de pixels dichter bij elkaar af te drukken dan op het beeldscherm. Dit levert een voordeel op: hoe dichter de pixels bij elkaar staan, hoe scherper en realistischer de foto wordt.

Pixels Per Inch (PPI)

De afstand die pixels onderling hebben, wordt uitgedrukt in PPI (Pixels Per Inch). Verwar dit niet met DPI (Dots Per Inch) omdat DPI een maat is voor het aantal punten dat een printer op een inch kan plaatsen en een inktpuntje (dot) is nu eenmaal toch iets anders dan een pixel.

De PPI-waarden voor beeldschermen liggen tussen de 50 en 300 PPI, maar gewone beeldschermen van personal computers beschikken vaak over niet meer dan ongeveer 70 PPI. Bij tablets en smartphones is dit overigens vaak hoger (rond de 200 PPI) waardoor de foto’s er op dergelijke devices vaak beter uitzien, maar wel een stuk kleiner.

Wie foto’s wil afdrukken op papier, zal al snel merken dat hierbij gesproken wordt over een waarde van ongeveer 300 PPI. De pixels liggen dus een stuk dichterbij elkaar dan op een beeldscherm. Dit verklaart waarom een foto op het scherm er veel groter uitziet dan wanneer hij op papier wordt afgedrukt.

Sommige soorten drukwerk vereisen hele hoge PPI waarden. Verbaas je niet over waarden als bijvoorbeeld 2400 PPI. Dit zijn echter wel bijzondere afdrukken (bijvoorbeeld voor wetenschappelijke toepassingen) en ook professionele fotografen zullen daar slechts zelden gebruik van maken.

Een inch is 2,54 cm lang en willen we een foto van 10 x 15 cm afdrukken, wat zeker niet bijzonder is, dan betekent dit (10 / 2,54 =) 3,94 x 5,91 (15 / 2,54) inch. Met een 600 PPI afdruk hebben we dan wel een afbeelding nodig van 3,94 x 600 = 2364 pixels bij 5,91 x 600 = 3540 pixels. Dat vereist 8368560 pixels in totaal en dus iets meer dan 8 megapixels.

Het gebruik bepaalt

Of het afdrukken op papier met een PPI van 600 vaak nodig is, is te betwijfelen, maar omdat de meeste camera’s beschikken over 12 megapixels of meer, is dit dus geen probleem. Een camera als een Nikon D7100 bijvoorbeeld, bevat een APS-C sensor met maar liefst 24 megapixels en levert daarmee afbeeldingen op van maximaal 6000 x 4000 pixels. Zowat dubbel zo groot dus als nodig voor de 10 x 15 cm foto zoals hierboven beschreven.

Top professionele camera’s hebben vaak helemaal niet zoveel megapixels aan boord. De Nikon D4s bevat bijvoorbeeld een full frame sensor van ‘maar’ 16,2 megapixels. Ruim voldoende voor het beeldscherm en de hierboven beschreven foto dus, maar wat nu als je op A4 grootte je foto’s af wilt drukken? Ben je dan toch beter af met een goedkopere camera met meer megapixels?

Kwaliteit van de opname

Voordat op deze vraag antwoord gegeven kan worden, moeten we iets kwijt over de kwaliteit van de opnames. Hoewel meer pixels op een bepaalde oppervlakte meer kunnen ‘zien’, betekent dit niet dat de wijze waarop ze dit zien net zo goed gaat als dat er minder pixels op deze oppervlakte waren geplaatst.

Plaats je minder pixels op een oppervlakte, dan kun je per pixel meer ruimte gebruiken. Omdat de kwaliteit van een pixel in grote mate samenhangt met de grootte van de pixel, is het plaatsen van veel pixels dus niet perse een kwaliteitsverhoging. Sterker nog, grotere pixels zorgen doorgaans voor een groter dynamisch bereik en meer kleurendiepte. Veel (kleine) pixels kunnen dus wel eens tegen je gaan werken.

De Keuze

Professionele fotografen weten dit natuurlijk maar al te goed en kiezen eerder voor kwaliteit dan voor kwantiteit. Zij hebben ervaren dat het vaak beter is om een technisch kwalitatieve foto te vergroten, dan een minder goede foto als basis te gebruiken. Daarnaast weten zij dat het afdrukken van grote foto’s met een PPI van bijvoorbeeld 2400 erg extreem is. Voor ‘gewoon gebruik’ wordt wel gezegd dat men met een 10 megapixels camera al prachtige afdrukken kan maken tot op A3 formaat (29,7 cm × 42 cm).

Pas wanneer extreem grote afdrukken vereist worden van hoge kwaliteit, zoals bij sommige grote affiches, zullen ze kiezen voor de megapixels. De Nikon D4s, met zijn relatief klein aantal megapixels, wordt daarom ook gewoon gebruikt voor grote foto’s die toch prachtig op papier kunnen worden afgedrukt.

Waarom dan toch al die megapixels?

Vreemd genoeg is dit vooral ontstaan omdat het kan, niet omdat het nodig is. Het werkt goed als een marketing uiting en daarmee lijkt het wel een hype te zijn geworden. Let wel, een hype onder mensen die niet zoveel van de techniek achter de fotografie weten. Onder professionele fotografen wordt zelden gesproken over het aantal megapixels van een camera. Zij praten meer over het gebruik, de zekerheid van werken en de kwaliteit van de opnames.

Kanttekening professionele camera's

Het is natuurlijk niet zo dat een professionele camera zich onderscheidt van een “hobby camera” doordat het alleen over minder pixels beschikt. Een professionele camera is bijvoorbeeld vaak een full frame camera, i.p.v. een APS-C camera. Ook andere eigenschappen, zoals robuustheid, accu duur of andere aansluitmogelijkheden, spelen daar een rol bij.