APS-C camera

Het formaat sensor

Een APS-C camera (beter: een APS-C digital SLR) beschikt over een sensor die in grootte aanzienlijk kleiner is (22 x 15mm) dan het negatief van een ‘oude’ 35mm film camera (24 bij 36mm).

Dit verschil in grootte levert een paar voordelen op. Op de eerste plaats is het maken van sensoren duur en hoe kleiner de sensor hoe goedkoper. Een APS-C camera is daardoor goedkoper dan een zogenaamde full frame camera, die wel over een 24 x 36mm sensor beschikt.

Een APS-C sensor is in oppervlakte ook kleiner dan een full frame sensor en er valt daardoor ook een minder groot deel van het inkomende beeld op de sensor. Vertekening en vignettering, wat ontstaat hoe dichter men bij de randen van het glas van het objectief komt, leveren bij APS-C camera’s dan ook minder snel een probleem op waardoor de objectieven langs de randen minder goed hoeven te zijn (het valt toch buiten de opnames). De objectieven van een APS-C camera zijn daardoor ook goedkoper vergeleken met hun equivalenten voor full frame camera’s.

Juist doordat de APS-C sensor kleiner is, moeten de pixels kleiner zijn dan op een full frame sensor. Hoe kleiner de pixel, hoe minder gemakkelijk het licht kan registreren. Omdat met behulp van software de gevonden waarden van de pixels worden versterkt om de opname te registeren, versterkt een APS-C camera meer dan een full frame camera. Het effect daarvan is merkbaar bij opnames met weinig licht. Op een opname van een APS-C camera ontstaat hierdoor meer ruis. Ook wordt het contrast in het beeld door de verminderde pixelgrootte minder goed vastgelegd.

Omdat de grootte van de sensor een effect heeft op de scherptediepte, levert een APS-C sensor bij macrofotografie vaak opnames op met meer scherptediepte dan een full frame camera. Voor portretfoto’s, waarbij een beperkte scherptediepte vaak essentieel is voor het ‘uitlichten’ van het onderwerp, is een full frame camera dus juist iets beter geschikt.

Bij een APS-C camera spreken we over een bepaalde cropfactor. Dit wil zeggen een factor voor de diagonaallengte van de sensor ten opzichte van de standaard 35mm kleinbeeldfilm formaat (het uitgangspunt in de fotowereld). Een Nikon APS-C camera, zoals een Nikon D7100 kent een cropfactor van 1.5. Hij is dus 1.5 keer zo klein als de standaard 35mm film. Canon kent twee ‘verkleinde’ versies van een sensor. Een met een cropfactor van 1.3 en een van 1.6.

Gebruiken we een 50mm objectief op een APS-C camera, dan krijgen we hiermee een ander effect als dat deze zou zijn geplaatst op een 35mm film camera. De brandpuntsafstand moet vermenigvuldigd worden met de cropfactor om dat effect te kunnen berekenen. Stel we werken met een Canon APS-C camera zoals een Canon EOS 7D die over een cropfactor van 1.6 beschikt. Een 50mm objectief geeft op een dergelijk toestel het effect van een 50 x 1.6 = 80mm objectief op de standaard 35mm film camera.

De cropfactor zorgt er echter niet voor, zoals soms onterecht wordt beweerd, dat de brandpuntsafstand van het objectief verlengd zou worden. De brandpuntsafstand van het objectief hoort bij het objectief en heeft dus niets te maken met de sensor. De reden van het beschreven effect ontstaat doordat een opname gemaakt met een APS-C formaat camera in basis kleiner is (de sensor is immers kleiner) dan die van een full frame camera en dat de APS-C opname dus sterker vergoot moet worden om tot hetzelfde formaat afbeelding te komen op het beeldscherm of op papier. De APS-C opname, wordt dus verder ‘opgeblazen’, wat ook meteen verklaart waarom APS-C opnames vaak iets minder scherp zijn dan die van een full frame camera.