Kleur temperatuur

Bij de koop van bijvoorbeeld studiolampen zou de kleurtemperatuur een belangrijke rol moeten spelen in de besluitvorming. Belangrijk dus om hier wat meer van te weten.

Temperatuur?

Kleuren worden uitgedrukt in temperaturen. Natuurkundigen hebben namelijk vastgesteld dat als je iets verwarmd, de kleur van dat voorwerp begint te veranderen en dat bij een bepaalde temperatuur een bepaalde kleur hoort. Als je een 100% zwart voorwerp zou nemen en die zou verwarmen, dan zal dat dus daarmee ook gebeuren en heb je een standaard voor kleuren vastgelegd. Dit zwarte voorwerp zal immers altijd op dezelfde manier van kleur veranderen en altijd vanaf hetzelfde ‘nulpunt’ (100% zwart) beginnen. Vandaar dat we kleuren in temperaturen kunnen uitdrukken.

Kelvin

Als eenheid wordt voor de kleurtemperatuur Kelvin gebruikt. Het absolute nulpunt (een situatie waarin atomen stil staan volgens inmiddels verouderde natuurkundige opvattingen) is gesteld op nul graden Kelvin (0K). Binnen de fotografie werken we met lichtbronnen die wit licht produceren en is het daarom alleen zinvol om het gebied van het licht te beschrijven dat zich rond dat witte licht bevindt. Dit kunnen we dan meteen gebruiken om de verschillen tussen lichtbronnen aan te geven. Een gloeilamp geeft licht van rond de 2700K. Om wit licht van studiolampen te kunnen beschrijven beginnen we meestal vanaf 3000K.

Warm licht

Een brandende kaars verlicht natuurlijk ook, maar de kleurtemperatuur van dat licht bevindt zich net onder de 2000K. Licht dat lagere waarden voor de kleurtemperatuur kent, noemen we warm licht. Dat komt omdat het een beetje rood licht is. Een kaars straalt dus warm licht uit. Een gloeilamp biedt ook warm licht, maar het is minder warm dan dat van een kaars. Het ziet er in praktijk dan ook wat geler uit.

Maak je een foto waarbij alleen kaarsen zorgen voor de verlichting, dan zul je zien dat deze foto’s rood worden. Ze zien er veel roder uit dan wat we zelf zien als we naar die scene kijken. Een foto gemaakt bij gloeilampen laten geel licht zien. Maar ook dat zien wij niet wanneer we ons in een huiskamer bevinden. De reden hiervan is dat onze hersenen het beeld bijstellen. Wij zien hierdoor kaarslicht en gloeilamplicht als wit licht, maar in feite is dat dus bedrog, de hersenen stellen het beeld voor ons bij. De camera beschikt niet over hersenen en daarom registreert hij klakkeloos wat er werkelijk te zien is. Vandaar dat de foto een roder of geler beeld laat zien dan dat wij zien als wij naar dezelfde scene kijken.

De hersenen kunnen het licht niet goed bijstellen wanneer twee lichtbronnen van verschillende kleurtemperaturen aanwezig zijn. Ben je daarom in een kamer waar TL-licht brandt en een schermerlampje staat, dan kun je zien dat het schermerlampje een iets andere kleur wit afgeeft. Het is geler. Doe je de TL’s uit, dan ziet het schermerlamplicht er wel weer wit uit.

Koud licht

Licht van een hoge kleurtemperatuur wordt blauw. Dergelijk licht noemen we koud licht. Je moet daarbij denken aan licht van bijvoorbeeld 7000K. Dit soort waarden worden in de buitenlucht behaald wanneer het bewolkt is.

Bij zonsopgang weet je dat het licht rood is, dat is immers goed te zien. Het licht van de opkomende zon bevindt zich rond de 3000K, gelijkwaardig aan gloeilamplicht dus. Op een gewone dag kan het licht buiten zo maar van 3000K naar 7000K oplopen. Tussen het licht van een zonsopgang en een zonsondergang zit niet veel verschil. Je begrijpt het al: 3000-7000-3000 is een verloop in kleurtemperatuur dat overdag vaak voorkomt in Nederland.

Gouden uurtjes

Het uur na zonsopgang en het uur voor zonsondergang worden wel de “gouden uurtjes” genoemd. Op dat moment is de kleurtemperatuur het laagst waardoor de tint van dit licht een roodachtige, gouden gloed oplevert. Volgens veel fotografen zijn dit daarom de meest ideale momenten om buiten foto’s te maken omdat het licht dan erg mooi of romantisch zou zijn.

Daglicht

Een kleurtemperatuur van rond de 5500K is de temperatuur van direct zonlicht op een heldere dag. Voor het gemak noemen we dit “daglicht”. Dat licht is een klein beetje blauw en daarmee ietsje koud, maar daglicht is wel dat waar we als fotografen op uit zijn. Het is immers de meest gangbare en herkenbare kleurtemperatuur voor mensen.

Wil je studiolampen of flitsers hebben die binnen daglicht vergelijkbaar licht uitstralen, dan heb je dus apparatuur nodig die licht rond deze 5500K produceren. Producenten doen hun uiterste best om dergelijke lampen te ontwikkelen.

Lichtbronnen

Met de ouderwetse gloeilampen zul je niet snel een kleurtemperatuur van 5500K kunnen bereiken, maar met flitsers kan dat wel. Witte TL-lampen hebben overigens een kleurtemperatuur van rond de 5000K, die zijn wat dat betreft dus veel beter geschikt als neutrale lichtbron voor fotografie dan gloeilampen die met hun 2700K ver achterblijven op TL-buizen.

In continue lampen worden vanzelfsprekend daglichtlampen verwerkt. Dit moeten wel goede lampen zijn wil je licht van 5500K krijgen want er zitten nogal wat verschillen tussen de lampen die worden aangeboden. Leveranciers zoals Philips en Osram hebben lijstjes waarin je kunt zien welk type lamp welke lichttemperatuur biedt. Beetje verwarrend is dat zij hiervoor een eigen kleurcode gebruiken, maar in de genoemde lijstjes kun je zien welke kleurtemperatuur die representeren. De Philips kleurcode 865 staat bijvoorbeeld gelijk aan 6500K, wat als koel daglicht beschouwd zou moeten worden.

Flitsers produceren licht dat zich doorgaans natuurlijk wel rond de juiste kleurtemperatuur bevindt, maar de kleurtemperatuur van veel flitsers is niet erg stabiel. Dit betekent dat bij iedere flits die ze afgeven verschillende kleurtemperaturen worden bereikt. Hierdoor treden er tussen foto’s verschillen op wat bij bijvoorbeeld productfotografie heel hinderlijk kan zijn. Een van de verschillen tussen goedkopere en duurdere flitsers hebben hiermee te maken. Hoe duurder de flitser, hoe stabieler de kleurtemperatuur meestal blijft. Een aantal producenten geven hier garanties voor af.

Tussen flitsers van hetzelfde merk en type kan ook nog verschil zitten. Hierdoor zou je dus kunnen komen te fotograferen met twee flitsers die ieder voor zich een net andere kleur licht uitzenden. Ook hiervoor geldt dat de duurdere flitsers dit probleem veel minder kennen dan de goedkopere flitsers. Kwaliteit kost nu eenmaal geld.

Witbalans

Als je fotografeert met licht dat een andere kleurtemperatuur heeft als daglicht, verkleurt de opname. Hierdoor kun je foto’s krijgen met bijvoorbeeld een rode of gele gloed. Meestal zal dat een van deze kleuren zijn, omdat er maar weinig matige flitsers zijn die veel hoger uitkomen dan 5500K.

Met behulp van de camera kunnen we de kleurtemperatuur van het licht bijstellen. We moeten daarvoor in de instellingen van de camera de white balance veranderen. We verleggen hiermee de temperatuur waarop de camera het licht als wit licht moet gaan beschouwen. Hierdoor wordt de gehele opname aangepast. Veel camera’s kennen daarnaast ook een zogenaamde auto white balance (AWB) stand. De camera zal in deze modus per foto proberen zelf de juiste waarde voor de white balance in te stellen.

Een fotograaf met een goed stel studioflitsers zal zijn camera natuurlijk niet op AWB zetten, maar de kleurtemperatuur van zijn studioflitsers opgeven als vaste waarde.

Complexere camera’s kunnen opties hebben waarmee de white balance beter of anders ingesteld kan worden. Een voorbeeld is een camera waarmee je eerst een wit vlak zoals een vel papier moet fotograferen wat daarna door de camera wordt gebruikt als uitgangspunt voor wit.

Schiet je de foto’s in RAW, dan kan de white balance achteraf ook in bijvoorbeeld Photoshop of Capture Pro worden gewijzigd.