Witbalans

Het meeste licht is niet zo wit als dat het lijkt. Onze ogen maken er wit van. Maar camera’s werken niet als ogen en registreren daarom het licht gewoon zoals het is. Voor ons mensen is dat niet altijd even prettig. De witbalans (White Balance) biedt dan soelaas.

Het kleur licht van de zon is ’s ochtends anders van kleur dan ’s middags of ’s avonds. Soms is het wat geler of wat roder. Ook andere lichtbronnen, zoals een TL-buis, een gloeilamp of een spaarlamp, kennen hun eigen ‘kleurtemperatuur’. Omdat de camera geen compensatie heeft die het aanwezige licht ‘vertalen’ naar wit, kun je bij het binnen fotograferen van gewone lampen een opmerkelijk verschijnsel zien: het licht van de ogenschijnlijke witte schemerlamp is op de foto helemaal niet wit, zoals je zou verwachten, maar geel of rood.

Om dit tegen te gaan moeten we de camera duidelijk maken wat voor een soort licht (lees: licht van welke kleurtemperatuur) we op de foto tegen komen. Deze instelling wordt gedaan door de witbalans in te stellen. De witbalans instelling vertelt de camera dus wat wit zou moeten zijn. Als de camera dat weet, dan kan hij zelf alle andere kleuren wel berekenen. Vandaar dat alleen wit ingesteld hoeft te worden. Wit is als het ware het uitgangspunt.

Wat te doen met twee kleuren licht?

Je kunt je voorstellen dat als je alleen met dezelfde soort gloeilampen een foto zou maken, je met de wit balans instelling nog best wel een eind zou kunnen komen. En dat is ook zo! Je kunt geweldige foto’s maken met bijvoorbeeld een sterke zaklamp in plaats van met een flitser. Maar als je een foto wilt maken van een paar mensen op de bank, zittend in een huiskamer met op de achtergrond een kast met lampjes er in, dan kan het alsnog fout gaan. Want stel je nu de witbalans in op de flitser (ongeveer een kleurtemperatuur van 5400 K), dan zal het licht van de kastlampjes (van een kleurtemperatuur van ongeveer 3000 K) niet wit lijken, maar roodachtig. Stel je de witbalans in op die van de kastlampjes, dan wordt het flitslicht weer te blauw.

Dit dilemma kan opgelost worden door op de flitser een soort kleurenfilter (vaak een gel) te plaatsen zodat de flitser hetzelfde kleur licht als de kastlampjes zal uitzenden. De witbalans kan dan ingesteld worden op 3000 K en alla, de foto is gelukt!