Kleurverwerking door Capture One

Capture One werkt op verschillende momenten anders met kleuren. Intern werkt Capture One met een zeer ruim kleurprofiel dat vergelijkbaar is met dat wat camera’s voor hun sensoren gebruiken. Dit biedt een aantal voordelen waarvan de belangrijkste is dat tijdens de bewerking de meeste kleurnuances die binnen het RAW bestand opgeslagen liggen behouden zijn, en dus invloed kunnen hebben op de bewerking. 

Interpreteren van RAW kleuren

Er bestaan verschillende camera’s en die kunnen op hun beurt weer verschillende RAW bestanden produceren. Om die reden kan de waarde 200 binnen een RAW bestand van een Nikon D7100 iets anders betekenen dan die van een Nikon D5, en wordt er hoogstwaarschijnlijk iets anders mee bedoeld dan 200 geproduceerd door een Canon EOS 5D Mark. Capture One moet begrijpen wat met de waarden bedoeld wordt die binnen het in te lezen RAW bestand zijn opgeslagen.

Om dit te doen leest Capture One de header van het RAW bestand uit. In de header bevindt zich informatie die onder andere beschrijft welke lens gebruikt is, wanneer de foto is gemaakt, welk diafragma gebruikt is, welke scherpstelinstellingen van toepassing waren en welke sluitertijd werd gekozen, maar ook met welke camera de foto gemaakt is. Capture One haalt de informatie over het type camera uit de header van het RAW bestand en kent van veel camera’s het kleurprofiel. De RAW gegevens worden in combinatie met dit kleurprofiel vertaald naar het interne kleurprofiel van Capture One.

Op de website van PhaseOne, de makers van Capture One, kun je achterhalen welke camera's door welke versie van Capture One worden ondersteund. Daarbij worden de bestandsformaten van deze camera's genoemd die door Capture One kunnen worden verwerkt. Dit is van belang om te weten zodat de RAW bestanden van de gebruikte camera goed geïnterpreteerd kunnen worden.

Voordelen van het ruime interne kleurprofiel

Veel programma’s zetten ingelezen grafische bestanden tijdens het inlezen van het bestand om naar een kleurprofiel, vaak AdobeRGB. De consequentie hiervan is dat alle ingelezen kleuren uit het RAW bestand meteen ‘plat worden geslagen’ zodat ze binnen dit kleurprofiel passen. Pas daarna kun je bewerkingen op het bestand uitvoeren.

Het intern werken van Capture One met zijn eigen kleurenprofiel voorkomt het onnodig vroeg plat slaan van de waarden en daarmee behoudt het veel meer kleurnuances. In jargon: het voorkomt onnodige clipping. Waarden worden hierdoor immers nog niet aangepast omdat ze binnen het ruime kleurprofiel van Capture One gewoon getolereerd kunnen worden, iets wat in kleinere kleurruimtes niet lukt.

Bewerkingen met Capture One op de ingelezen waarden vinden daarom plaats op een genuanceerde gegevensset, veel genuanceerder dan wanneer deze gegevensset zou zijn geconverteerd naar een kleinere kleurruimte. Dit komt de kwaliteit van het uiteindelijke eindresultaat natuurlijk ten goede!

Wanneer bindt Capture One in?

Pas zodra een variant wordt geëxporteerd naar een bestand zal het gekozen bestandsformaat met het daarbij behorende kleinere kleurprofiel voor de export een beperkende factor kunnen gaan betekenen voor de gegevensset. Omdat Capture One dit pas op het laatste moment doet, treedt er minder verlies op dan bij programma’s die dit eerder doen. Daar waar bij andere programma's vaak twee keer wordt 'beperkt', vindt dit bij Capture One dus slechts eenmaal plaats en dan meteen naar alleen het kleurprofiel zoals gekozen voor de export. 

ICC-profielen

Om op de monitor te kunnen laten zien wat er na export overblijft, maakt Capture One gebruik van zogenaamde ICC-profielen. Een ICC-profiel kent de karakteristieken van randapparatuur zodat daarmee de kleuren die op die apparaten worden getoond zoveel mogelijk overeenkomen met dat wat je op het scherm ziet. Weet je bijvoorbeeld dat je een papieren afdruk gaat maken op een apparaat dat eciRGB v2 ondersteunt, dan kies je dit profiel uit en kun je op het scherm zien hoe het er uit komt te zien. Met Capture One Pro kun je dus kleurprofielen zoals CMYK testen. In het menu View kies je hiervoor voor de optie Proof Profile en selecteer je het gewenste kleurprofiel.

Let wel op, je zit hiermee natuurlijk wel naar een scherm te kijken dat doet alsof het bijvoorbeeld papier zou zijn. Het blijft dus een benadering en kleurverschillen behoren dan ook zeker tot de mogelijkheden!

Goede beeldscherminstellingen  gebruiken

Wanneer de gebruikte monitor in kleuren afwijkt, wordt het zowat een onmogelijke zaak om foto’s goed te kunnen beoordelen. Wil je voorkomen dat afbeeldingen er anders uitzien op het scherm dan op de afdrukken op papier, dan is het goed instellen van het beeldscherm een must.

Capture One kan voor bepaalde type monitoren, zoals de Eizo ColorEdge, het scherm instellen (kalibreren) omdat het daarvan de ingebouwde kalibratiesensor kan gebruiken. Je voert dit uit via het menu Edit, Preferences, Tabblad color. Druk daar op de knop “Calibrate EIZO”. Voor de meeste monitoren kan dit echter niet.

Om toch zeker te weten dat een monitor goed ingesteld staat (goed gekalibreerd is), zou je over een calibration device moeten kunnen beschikken. Een dergelijke oplossing bestaat uit een stukje software en een hardware meetinstrument. Het meetinstrument meet onder andere de kleurwaarden, de helderheid en het contrast van het beeldscherm. Deze waarden worden door de software gebruikt om een specifiek kleurprofiel voor de monitor aan te maken. De prijs van een dergelijk product komt neer op een startbedrag van rond de €100.