Over composities

Men beweert wel dat het verschil tussen goede en middelmatige fotografie wordt bepaald door compositie. Maar wat is dat dan, hoe werkt dat en hoe worden we daar beter in?

Communicatie

Met een foto communiceer je. Een vakantiefoto vertelt iets over de vakantie, een portretfoto over een persoon. Foto’s vertellen blijkbaar verhalen. En verhalen worden nu eenmaal door de ene persoon beter of juist minder goed verteld. Je zou daarom kunnen stellen dat iedere fotograaf over een bepaald soort ‘spreekvaardigheid’ beschikt. En hoe beter die is, hoe beter hij het verhaal met zijn foto’s kan vertellen.

De wijze waarop iemand een foto bekijkt en interpreteert heeft veel te maken met de manier waarop we het verhaal als fotograaf aanbieden. Beschikt een fotograaf over het vermogen om duidelijk te communiceren, dan is dat nog niet genoeg. Hij moet ook interessante verhalen te vertellen hebben.

De duidelijkheid wordt voornamelijk bepaald door de compositie van de foto. Als een foto niet duidelijk is, dan wordt hij voor de kijker ook niet snel interessant. Net zoals iemand kan leren zich beter uit te drukken in taal kan hij ook leren zich beter uit te drukken in beeld. Je kunt er een aangeboren talent voor hebben, maar je kunt het componeren van foto’s ook leren. En het is niet zo moeilijk als het misschien lijkt.

Composities leren maken

De volgorde waarin je woorden in een zin plaatst en de keuze van de woorden zelf, maar ook de lengte van de zinnen en de tonatie die gebruikt wordt, werken allemaal mee aan hoe goed wij iemand zullen volgen wanneer hij ons iets vertelt. Een spreker componeert in wezen zijn zinnen om zich begrijpelijk te maken en zijn verhaal interessant te houden. Een zin is daarmee een compositie. Iedere zin is bedacht, al lijkt het er soms op dat we ‘zo maar iets zeggen’.

Bij fotografie is het precies hetzelfde. Er is altijd sprake van een zekere mate van compositie van de foto, al hebben we er niet altijd even goed over nagedacht. En zoals het met tekst het geval is, gaat dit ook voor foto’s op: wanneer je er meer over nadenkt en er meer over weet, hoe beter de compositie kan worden.

De Cobra-groep

Als je alleen maar regels opvolgt, dan wordt het eindproduct een kunstje gebaseerd op wetenschap. Hoe meer je weet, hoe beter je immers het kunstje beheerst. Maar dat wil nog niet zeggen dat je daarmee per definitie een beter eindproduct krijgt. Naast regels opvolgen moet er dus meer gebeuren.

De Tweede Wereldoorlog was gebaseerd op een intellectueel gedachtegoed, maar dit systeem, vol met bedenksels en regeltjes, leidde tot grote ellende. De Cobra-groep was een avant-garde groep die net na de Tweede Wereldoorlog ontstond en zich hier tegen verzette. Bekende Nederlandse schilders zoals Karel Appel en Corneille maakten daar deel van uit. Zij wilden werk maken dat niet gebaseerd was op regeltjes, maar juist de spontane uitdrukking weer zou moeten geven. Het was een verzet tegen kunst als een intellectuele aangelegenheid maar dus ook tegen de uitvloeiselen daarvan, zoals de oorlog.

De andere kant

We weten dat, hoe mooi je Cobra-kunst misschien ook vindt, het soms maar moeilijk te begrijpen is. Het ontbreekt aan de ‘logica’ die we kennen vanuit ander werk en er wordt juist over dit werk vaak gezegd dat het lijkt op het werk van een kind. Iets overigens dat door de Cobra-kunstenaars niet perse als belediging werd gezien. Maar kinderen worden niet altijd even goed begrepen omdat ze de regels van goed communiceren nog niet onder de knie hebben. Als verhalenvertellers deden de schilders binnen de Cobra-kunstenaars het daarom soms misschien ook wat minder goed.

Daar kunnen we wat van leren. Want wat maakt een verhaal duidelijk? Op de eerste plaats heeft dat met herkenning te maken. Archetypes helpen een verhaal sneller en beter te laten begrijpen. Iemand met witte vleugels stelt een engel voor, een ander met hoorntjes een demon. Gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen geven ons snel inzicht in de emotie van het gebeuren, props zeggen iets over de omstandigheden. Met een reling en een reddingsband denken we meteen dat het zich op een boot afspeelt, met een glas-in-loodraam in een kerk. Allemaal zaken die er voor zorgen dat we de foto snel begrijpen. We snappen hierdoor wat de fotograaf ons wil vertellen.

Gebruikmaken van herkenning

Een duidelijk verhaal vertellen begint met het hanteren van herkenbare onderdelen. Maar er spelen natuurlijk nog veel meer zaken een rol. Laten we even kijken naar de kijker. Het is de kijker immers die het beeld interpreteert en daar doen we het allemaal voor. Als we weten hoe hij dat doet, dan kunnen we daar gebruik van maken.

Verreweg de meeste kijkers naar onze foto’s zijn niet opgeleid in compositieregels. Evenmin kennen veel mensen de regels die door muziekcomponisten of taalkundigen worden bestudeerd en gehanteerd. Maar dat wil niet zeggen dat deze mensen geen goede muziek of teksten kunnen herkennen. Ze weten echt wel wanneer iets een goed muziekstuk of een goede foto betreft.

Hoe komt dit nu? Dit komt omdat de gehanteerde regels geen theoretisch verzonnen regels zijn, maar gebaseerd kunnen zijn op bijvoorbeeld natuurkundige of biologische grondslagen. We hebben deze regels vaak veelvuldig toegepast gezien in andere omstandigheden. We herkennen deze daarom als mens zowat instinctief en niet vanuit bewuste kennis.

Het is ook daarom dat we bepaalde dingen verwachten en ze missen als ze er niet inzitten. We hebben moeite met ‘afwijkende’ composities. Willen we daarom dat ons verhaal goed begrepen wordt dan zullen we de kijker moeten kennen en moeten weten hoe hij dingen interpreteert.

Een goede compositie

In een goede compositie komen de verschillende onderdelen als een natuurlijk harmonieus geheel over. De onderdelen hebben een relatie met elkaar en als kijker herkennen we die relatie ook. Iedere foto bevat drie zaken die relaties met elkaar aangaan. Bij foto’s geldt dat de afbeelding altijd begrensd is. We hebben daarom te maken met een kader (het frame), maar natuurlijk ook met de elementen daar binnen en het onderwerp zelf.

De foto vertelt een verhaal over het onderwerp. Hier gaat de foto dus over. En het verhaal wordt begrensd door het frame. De elementen helpen (ondersteunen) om het verhaal te kunnen vertellen. Het onderwerp is daarom zelf ook altijd een element in de foto, maar het is een bijzonder element. Het verhaal gaat immers over dat specifieke element.

Een foto kan meerdere onderwerpen bevatten. Je kunt bijvoorbeeld op een foto twee mensen hebben staan die beiden onderwerp van de foto zijn. Maar vaak zul je zien dat ze samen een verhaal vertellen en dat beide personen (twee elementen) samen het onderwerp vormen. Het werkt beter wanneer foto’s zo worden gecomponeerd dat ze, als er meerdere elementen zijn die het onderwerp vormen, dit als een eenheid overkomt zodat daarmee een duidelijker en eenduidig verhaal kan worden verteld.

De overige elementen moeten onderhavig zijn aan het onderwerp. Ze kunnen iets vertellen over de omstandigheid of bijvoorbeeld het tijdsbeeld maar ze mogen zelf geen aandacht trekken die sterker is dan het onderwerp zelf. Ze moeten vooral ondersteuning bieden.

Als we een model fotograferen met een heel bijzondere hoed of een bijzonder kapsel, dan valt die hoed of dat kapsel dusdanig sterk op dat dit het onderwerp van de foto zal gaan worden. Om die reden moet je als fotograaf altijd heel zorgvuldig de props kiezen.

Als we een frame hebben als kader, de elementen ter ondersteuning en een onderwerp waar het verhaal over gaat, dan wordt meteen duidelijk dat alles wat hier niet onder valt, niet op de foto zou moeten staan. Het verhaal wordt beter verteld wanneer de fotograaf alleen de essentiële zaken op de foto plaatst. Laat al het overbodige weg, dat leidt alleen maar af.

Hulpmiddelen

We kunnen de kijker helpen om een foto sneller te laten ‘lezen’. En dat is prettig omdat een kijker slechts weinig tijd neemt om te beoordelen of de foto wel de moeite van het bekijken waard is. De kijker begrijpt de foto sneller wanneer we hem helpen het onderwerp snel te vinden. Daarvoor kunnen we gebruikmaken van zogenaamde inkomende lijnen, framing, geometrische figuren maar ook door licht- en kleurgebruik. Dit is een selectie van trucjes die gebruikt kunnen worden om de kijker snel naar het onderwerp te leiden.

Maar een kijker moet de foto niet alleen snel kunnen doorgronden, hij moet er ook een zekere mate van rust in kunnen vinden wil het prettig zijn om er naar te kijken. Het is daarom van belang rekening te houden met een goede vlakverdeling binnen de foto. Er moet een zeker evenwicht in teruggevonden kunnen worden.

Wanneer een boot op zee vanaf het strand wordt gefotografeerd op een zonnige dag, dan zal een deel van de foto een strak blauwe lucht kunnen vertonen.  Dit soort foto’s zijn niet in evenwicht omdat een deel domweg te saai is om aan te zien en onderbewust irriteert dat. Vliegen er meeuwen in de lucht of zijn er witte wolken te zien, dan kan de foto snel een stuk interessanter worden.

Perspectief als truc

Met behulp van het perspectief kunnen we het onderwerp tussen de andere elementen plaatsen en in het frame positioneren. Het perspectief bepaalt daarmee in grote mate de relatie die deze drie zaken met elkaar hebben.

Fotograferen we een persoon voor een huis en staat het hele huis op de foto, dan is blijkbaar het huis het onderwerp en de persoon een ondersteunend element. Fotograferen we de persoon van dichtbij voor het huis en valt een deel van het huis buiten het frame, dan is blijkbaar de persoon het onderwerp en het huis een ondersteunend element.

Op het moment dat het volledige interieur van een huiskamer wordt gefotografeerd en alles wordt even scherp afgebeeld, dan weet de kijker niet meer wat het onderwerp is. Alles lijkt even belangrijk te zijn. Dat maakt dat de foto minder aanspreekt en de kijker snel zijn aandacht zal verliezen. Richten we de aandacht op een element binnen deze kamer, dan gaat de foto daar blijkbaar over en wordt daar iets over verteld. Dat maakt de foto interessanter.

Door van boven naar beneden te fotograferen of juist van beneden naar boven, veranderen we het verhaal van een foto vaak compleet zonder het onderwerp te hoeven veranderen. Dit soort voorbeelden laat zien hoe groot de invloed van het perspectief kan zijn op de uitstraling van de foto. En ook hier geldt, er is altijd sprake van perspectief, de vraag is alleen welk en hoe bewust dat wordt toegepast.

Focus en diepte

Hoe de foto ook gemaakt wordt, het onderwerp moet altijd scherp worden gefotografeerd. Gaat de foto om de uitdrukking die het model met zijn handen maakt, dan zijn de handen het onderwerp en dienen die scherp te worden gefotografeerd. Gaat het minder om de uitdrukking op zijn gezicht? Twijfel dan niet om zijn gezicht minder scherp vast te leggen. Vergeet de regel “altijd op de ogen scherpstellen” en onthoud de regel “altijd op het onderwerp scherpstellen”.

Goede fotografische composities laten diepte zien, al werken we in een tweedimensionaal vlak. Om die diepte aan te brengen moet je spelen met scherptediepte. Het onderwerp is scherp, maar de ondersteunende elementen hoeven dat niet te zijn en vaak is het voor de compositie ook beter wanneer ze dat niet zijn.

Diepte creëren door met scherptediepte te spelen dwingt kijkers naar het onderwerp te kijken. Onze ogen dwalen namelijk automatisch af naar dat wat scherp is op de foto. Daarom werkt een goede dieptewerking mee aan het duidelijker maken van het verhaal.

Overigens gaat dit ook in grote mate voor kleur en licht op. Deze bepalen immers in welke omstandigheid het onderwerp zich bevindt. En kleuren worden ook nog eens geassocieerd met emoties. Het werken met weinig verschillende kleuren en met kleuren die complementair aan elkaar zijn, maken een foto doorgaans beter.

Duidelijker, maar ook interessanter?

Tot nu toe hebben we vooral zaken beschreven die een foto duidelijker maken. De foto wordt hierdoor eerder en beter begrepen. Maar we stelden al dat een foto niet alleen duidelijk moet zijn, hij moet ook ergens over gaan. Het moet een interessant genoeg verhaal vertellen willen we er naar kijken. We moeten er door geboeid worden. Bij het best vertelde verhaal haken we immers af als het saai blijkt te zijn.

Hoe komt het dan dat sommige kunstenaars slechts een wasknijper kunnen schilderen en dat mensen daar geboeid naar gaan staan te kijken, terwijl anderen landschappen vastlegden, en men daar ongeïnteresseerd langsloopt?

Het gaat aan een kant nooit om de foto zelf, maar om het verhaal wat verteld wordt. Dat zal inmiddels duidelijk zijn. Maar sommige zaken zijn gewoon natuurkundig of biologisch te verklaren. Wanneer een kijker naar een bepaald werk kijkt, is het eerste dat bijvoorbeeld opvalt hoe sterk het contrast is. Een sterk contrast veroorzaakt een biologische reactie bij mensen. Een foto met sterke contrasten vinden we in beginsel daarom interessanter om te bekijken. Om die reden vallen schitterende sieraden dan ook meer op dan doffe.

Een schilderij met een landschap in een museum valt vanaf het gangpad minder op omdat het vanaf die afstand minder contrast laat zien dan een wit schilderij met een grote wasknijper er op. Daarnaast hangen er ook nog eens vaak andere “saaie” landschappen naast het landschap, terwijl naast de wasknijper andere, vaak heel andere, contrastrijke werken zullen hangen.

Ogen zien op een bepaald moment relatief weinig scherp maar scannen wel bliksemsnel de hele omgeving af om je te weten te laten komen waar zich wat bevindt. Je krijgt dus heel veel verschillende 'delen' door. Sommige delen zijn belangrijk, andere alleen maar om te weten wat er zoals om het onderwerp heen gebeurt. Die delen worden in de hersenen samengevoegd. Tijdens het bekijken van foto’s gaat dat niet anders in zijn werk. Door het onderwerp in de foto van een sterker contrast te voorzien dan de andere elementen, zorg je ervoor dat het onderwerp ‘interessanter’ wordt om naar te kijken. De rest wordt hierdoor meer oppervlakkig gescand en daarmee minder belangrijk.

Let wel op. We spraken tot nu toe over elementen als zaken die ondersteunend zijn voor het verhaal. Je zou echter een gradatie tussen deze elementen kunnen aanbrengen. Er zijn elementen die primair het verhaal ondersteunen, zoals een boek dat op de grond ligt en duidelijk uit de handen van het model is gevallen. Elementen die secundair ondersteunen, zoals de bomen op een berg op de achtergrond, geven een idee hoe de omgeving er uit ziet, maar veranderen het verhaal daar niet in grote mate mee.

Primaire elementen, dus elementen die een rol spelen om het verhaal zo goed mogelijk te kunnen vertellen, moeten over voldoende focus en contrast beschikken willen ze hun taak goed kunnen volbrengen. Beschikken ze hier niet over, dan verdwijnen ze teveel naar de achtergrond. Hoe minder rol een element speelt, hoe minder contrast deze nodig heeft.

Echt interessant

Maar als we nu ook deze biologische aspecten achter ons laten (er zijn er nog veel meer van te noemen) wat maakt een verhaal dan eigenlijk echt zelf de moeite waard? Dat is een goede vraag!

Een goed verhaal heeft een conflict en een oplossing nodig, het is een vraag en een antwoord. Er wordt spanning opgebouwd en er ontstaat een ontspanning. We worden van een geheim deelgenoot of we winnen of verliezen iets. Het gaat over verlangens en begeerten, tegenslagen en overwinningen. Dit zijn immers de onderwerpen die mensen bezighouden en bij hen dus interesse opwekken.

“Iets” louter laten zien als verschijnsel, maar niet als verhaal, wekt doorgaans weinig interesse op. Hoewel naakt voor veel mensen aantrekkelijk is om naar te kijken, vervelen naaktfoto’s daarom toch snel wanneer er niets gebeurt. Naakt op zich is blijkbaar niet zo interessant, het gaat er om welk verhaal met dat naakt wordt verteld.

Een goede foto

Een goede foto is een foto die dat doet wat hij moet doen. Als een reclamefoto gemaakt wordt gaat het er om een product of dienst beter te verkopen. Als de foto daar aan meewerkt, is hij goed. Maar alle foto’s vertellen een verhaal. Een reclamefoto vertelt ook iets, het zegt namelijk iets over het product of de dienst, over het imago of wat dan ook, maar het is nooit een ‘verhaalloos plaatje’, want dan werkt hij niet.

Voor geen enkele fotograaf ligt dit anders. Een landschapsfotograaf vertelt net zo goed een verhaal als een fine art fotograaf. Daarom zouden alle fotografen er goed aan doen om geen “mooie foto’s” te willen maken, maar om “goede foto’s” te willen maken. Een goede foto hoeft niet perse aantrekkelijk te zijn. Hij hoeft zelfs technisch niet altijd goed te zijn. Hij moet het verhaal dat je wilt vertellen duidelijk overbrengen.

Soms heb je geen interessante verhalen te vertellen. Op dat moment ben je ook niet in staat zijn om interessante verhalen met behulp van fotografie over te brengen. Maar als je wel een interessant verhaal hebt, hoeft dat nog niet te zeggen dat je dat over kunt brengen. Wil je als fotograaf verhalen vertellen, dan moet je daarom wel beschikken over meerdere eigenschappen.

Het maken van een goede compositie is een vaardigheid die men daarvoor kan leren. Er zijn veel trucs die je kunt leren en eenvoudig kunt toepassen. Door dingen te kennen als de regel-van-drie en scherptediepte wordt de compositie al snel beter en daarmee de overdacht van het verhaal ook beter. Maar wordt het verhaal zelf hierdoor ook beter?

Er zijn mensen die beweren dat de overdacht van een verhaal minstens zo belangrijk is als het verhaal zelf. Wij denken dat dit inderdaad opgaat wanneer we kijken naar de communicatie van een verhaal. De acceptatie van een boodschap is immers afhankelijk van de wijze waarop deze wordt overgebracht. Maar de overdracht, hoe belangrijk dan ook, is slechts een middel. Het blijft gaan om het verhaal. Zonder overdracht is er wel een verhaal, maar zonder verhaal bestaat er geen overdracht. Dan is er immers niet over te brengen.